Hoe de ongemakken van het neoliberalisme te bestrijden

 

In een vraaggesprek met de Volkskrant op de vooravond voor Kerstmis stelde premier Rutte dat de grens bereikt is voor de almaar stijgende lastendruk die mensen kunnen accepteren. Hij dacht daarbij natuurlijk aan de actie van de Gele Hesjes in Frankrijk, die het gevolg is van de stijgende belastingen in dit land. Want terwijl ook in Nederland de lasten voortdurend stijgen, stagneren net als in Frankrijk de inkomens en pensioenen voor de middenklasse al jaren.

Het is een fenomeen dat heel het welvarende Westen treft. De financiële crisis die tien jaar geleden uitbrak moge overwonnen zijn – de banken die oorzaak en voornaamste slachtoffer waren van deze crisis, zijn nu gered en daar nu beter tegen bewapend – , maar de meeste mensen merken het niet in hun portemonnee. De verschillen in inkomen en rijkdom zijn door de financiële crisis verder vergroot. Grote groepen immigranten hebben bovendien voor nieuwe onzekerheid gezorgd op de arbeidsmarkt en die is nog eens versterkt door de komst van nieuwe technologieën die lang niet voor iedereen te hanteren zijn.

Het beeld dat hier geschetst wordt is wat Financial Times commentator Wolfgang Münchau de crisis van het moderne liberalisme noemt. Daarin zijn echter niet alleen veel achterblijvers en verliezers, maar ook een goed opgeleide bovenlaag die juist profiteert van dit liberalisme waarvan het voornaamste kenmerk een globalistische economie is. De per natie georganiseerde politiek kan nauwelijks sturing geven aan dit wereldwijde liberalisme, gaat er juist in mee, maar wordt ook volop geconfronteerd met het grote probleem van de achterblijvers. Brexit in het Verenigd Koninkrijk en de verkiezing van populisten als Trump in de VS en Salvini in Italië laten zien hoe de achterblijvers en de verliezers zich roeren.

Maar zomin als de Brexit een goed antwoord is op deze crisis, zo min hebben de populisten dit. De diepste oorzaak is het ongelijk geworden speelveld. De sterke spelers in de globaal geworden markt winnen het van de zwakkere marktkrachten, aldus Münchau. Grote internationale ondernemingen onttrekken zich aan regelgeving en belastingen waarvoor de kleine ondernemers en de gewone burger wel voor moeten opdraaien, ook al doet de Deense EU-commissaris Vestager het nodige om de grote spelers (Apple, Google) door grote boetes aan eerlijkere concurrentievoorwaarden te houden. Maar het is zeer de vraag of dit genoeg is om het speelveld gelijkmatiger te maken.

Weimar Republiek

Lering trekkend uit de oorzaken die leidden tot de ondergang van de Weimar republiek in Duitsland (1919 – 1933) waarin de kleine ondernemers het aflegden tegen de grote industriële conglomeraten van die jaren, zagen Duitse economen in de nieuwe Bondsrepubliek kans ideeën te ontwikkelen van wat later het Rijnlands Model is genoemd. De onderneming kan er niet, zoals in het Angelsaksische economische model, slechts gericht zijn om de aandeelhouders te gerieven, maar ook de andere belanghebbenden, niet op de laatste plaats de werknemers, hebben een belangrijke stem in het kapittel. De ordoliberalen, zoals de voorstanders van het Rijnlands model aanvankelijk werden genoemd, wilden ook nadrukkelijk de concurrentiekracht van de kleine bedrijven vergroten door voor hen gunstige regelgeving te ontwerpen, ook op financieel gebied, en kartelvorming zoveel mogelijk tegen te gaan. Het wilde kapitalisme, dat vandaag de dag weer zo opgeld doet, kon daarmee zoveel mogelijk tegen gegaan worden.

Dat is nu ook de weg die met kracht bewandeld moet worden. Het is opmerkelijk dat voor dit zogenaamde ordoliberalisme, nu er zoveel verliezers zijn in de geglobaliseerde economie, ook in een land als Engeland meer interesse ontstaat. Terecht, want dit wilde geglobaliseerde kapitalisme is een bedreiging voor de democratie wanneer het economisch welbevinden van zovelen daaronder lijdt en deze achterblijvers hun heil gaan zoeken bij populisten.

In dit verband was het dan ook ronduit verstandig van het kabinet-Rutte om in plaats van de dividendbelasting voor grote bedrijven af te schaffen (die daar volgens hun zeggen nauwelijks last van hebben) de slagkracht van de kleine en middelgrote bedrijven te vergroten door hun financiële lasten te verlichten, zodat ook werknemers daarvan kunnen profiteren. Een kleine stap om het speelveld wat gelijker te maken. Niet de staat, maar de ondernemers creëren immers op de eerste plaats werkgelegenheid en welvaart. En ook de houdbaarheid van de democratie zal daar dan uiteindelijk baat bij hebben.

 

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Paul van Velthoven

Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder
meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangsverscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen –Hoe België als natie mislukte’.
Paul van Velthoven

Over Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangs verscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen – Hoe België als natie mislukte’.