Zwart gat na Tour en WK
Dick Toet   
zondag 25 juli 2010

Ook de Tour de France is voorbij. Na Tour en WK voetbal wacht de sportliefhebber het gevreesde zwarte gat. Terug naar ADO-Excelsior, Bram Som zesde op de EK 800 meter atletiek en dan vele vele maanden smartelijk wachten tot het schaatsseizoen weer begint en we nu al weten dat alle toernooien bij de mannen weer gedomineerd zullen worden door Sven Kramer.
En dan hebben we zowel het WK als de Tour afgesloten met een stevige kater. Over de vernietigende anticlimax van het WK heb ik u mijn mening al proberen op te dringen, maar de Tour de France was niet veel beter. Niet dat we daar op onsportief gedrag betrapt konden worden. Integendeel, onze fietsers gedroegen zich daar vooral schlemielig met als hoogtepunt onze ‘ster’ Gesink, die na de Ardenne-etappe, waarin de renners gedwongen werden de pedalen stil te houden, met trillend lipje verklaarde dat hij het allemaal onzin vond en eigenlijk wel had willen doorrijden. Nee, ook de Nederlandse inbreng in de Tour was niet heftig. Er werd vooral verdedigend gefietst en dat is in het verleden wel anders geweest. Nederlands voetbal en Nederlands wielrennen stonden in het verleden bekend om aanvalslust en avontuur. Nederlandse wielrenners zaten in vrijwel alle ontsnappingen, pakten etappe-overwinningen en wonnen bijna per ongeluk (Jan Janssen en Joop Zoetemelk) nog twee keer de Tour ook.
Natuurlijk heeft Robert Gesink een fantastische prestatie geleverd. Zesde worden in de zwaarste etappewedstrijd ter wereld is prachtig. En Gesink is pas 24 jaar. Geweldig, maar hij is wel van dezelfde wielergeneratie als bijna-winnaar Andy Schleck en veel avontuurlijker renners als de Canadees Hesjedal, de Belg Van den Broeck en de Sloveen Brajkovic. Gesink is zeer getalenteerd, daar kan geen misverstand over bestaan, maar toch zal hij ook op latere leeftijd de Tour niet winnen, omdat hij in een tijdrit gewoon niet hard genoeg kan fietsen. Bovendien is hij veel te aardig en mist hij de uitstraling, die een jongeman als Andy Schleck nu al wel heeft.




Het is dan ook merkwaardig dat men in kringen van de Nederlandse Rabobankploeg spreekt van de beste Tour uit de Rabo-geschiedenis. Wat een onzin! Menchov, een minder tot de verbeelding sprekende sportman is niet voor te stellen, werd kleurloos derde. Gesink werd, heftig aanklampend en voortdurend steunend, zesde en voor de rest is van de Rabobankploeg in het geheel niets vernomen. Op een enkele uitzondering na was Rabo volstrekt onzichtbaar, inclusief de zich slechts in vage termen hullende leiding van de ploeg.
Maar de Tour de France blijft natuurlijk een prachtig fenomeen. Er zijn mensen die de uitzendingen alleen al volgen vanwege de mooie plaatjes, maar ook sportief blijft er veel te genieten. Toch zijn die urenlange rechtstreekse uitzendingen wel behoorlijk ‘overdone’. Ik heb wel bewondering voor Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot, dat ze geregeld toch nog iets zinnigs te berde brengen, maar de nieuwe uitdrukking ‘gekookt’ voor een uitgeputte renner gaat na een keer of dertig wel vervelen en dat geldt ook voor Ducrot’s aloude ‘linkeballen’. Bovendien zijn veel van de vlakke etappes zo voorspelbaar (kopgroep vlak voor de meet ingelopen) dat er geen zinnig woord over te melden is. Die vlakke etappes kunnen dan ook een stuk korter. Interessant is ook de suggestie van Ducrot om het frusterende ploegenspel enigszins in te dammen door de ploegen te verkleinen tot zes man. En dan is er het interessante fenomeen dat waar in de voetbalsport terecht om inzet van electronische hulpmiddelen wordt gesmeekt deze in de wielrenneriuj (de oortjes) beter zouden kunnen verdwijnen.
Enfin, voetbal en wielrennen hebben weer één ding gemeen, de neiging tot verandering is uiterst gering. En in het komende schaatsseizoen zal het niet anders zijn. Daar wordt de 10K niet vervangen door de 3K. Sport is geweldig, maar het blijft een behoudende bezigheid.