|
Joris Luyendijk werkt de laatste jaren als journalist, maar is van huis uit antropoloog. Dat is te merken aan zijn scherpe observaties van het ingewikkelde machtspel rond politiek en media. Hij deed dat eerder als correspondent in het Midden Oosten en nu in Den Haag.
Het perscentrum Nieuwspoort vraagt elk jaar een rapporteur om eens dwars tegen de Haagse politiek en journalistiek aan te kijken. Hoe lopen de hazen? Klopt het dat het één gesloten kliek is van politici, journalisten, voorlichters en lobbyisten? Bestaat er nog zoiets als onafhankelijkheid? Luyendijk heeft in een maand tijd een verassend scherpe inkijk gegeven in dit speciale wereldje. In zijn gisteren gepresenteerd boekje ‘Je hebt het niet van mij, maar …’ beschrijft hij met ontwapenende argeloosheid (soms quasi) hoe alle spelers elkaar in een houdgreep hebben. Soms draaft hij duidelijk door, als hij spreekt over wederzijdse intimidatie die weinig afwijkt van de manier waarop dictaturen in het Midden Oosten te werk gaan.
Het best is zijn beschrijving van de lobbyisten. De kunst van het lobbyen bestaat uit het op de juiste wijze, op het juiste tijdstip, neerleggen van de juiste informatie bij de juiste beslisser. Luyendijk geeft daar fraaie voorbeelden van. Een A 4-tje kort voor een ingewikkeld debat is altijd welkom. Ook is een goede attitude van belang. Bij Groen Links en de SP moet je niet in een driedelig pak verschijnen, bij de VVD wel. Ikzelf heb die fout wel eens gemaakt, toen ik geen zin had mij onderweg in de wandelgangen te verkleden. Maar omdat ik SP’er Jan de Wit moest spreken, die er altijd onberispelijk uitziet, viel de schade toch mee.
Vrij mild is hij over de journalisten. Terwijl die het tijdens de laatste formatie toch behoorlijk hebben laten afweten. Parmantig als altijd meldden de talking heads op de TV: wij kunnen u geen nieuws melden over de formatie, want de onderhandelaars hebben radiostilte afgekondigd. Dan breekt toch je klomp als kijker. Want bij radiostilte blijkt pas of een journalist zijn vak verstaat en over de juiste contacten beschikt.
Ietwat naïef is Luyendijk ook. Hij windt zich op over de Nieuwspoort code, die inhoudt dat niet direct geciteerd mag worden uit gesprekken aan de bar. Vrij logisch en algemeen gebruik in soortgelijke etablissementen over de wereld. Harry Truman wandelde ’s avonds wel eens naar de National Press Club aan de overkant voor een biertje en wat pianospelen. Stel je voor dat alles wat hij zei de volgende dag in de krant stond. En als iemand zich echt misdraagt (Brinkman) lekt het toch wel uit.
Een van de meest rare dingen vond Luyendijk dat de deuren van de werkkamers van de kamerleden niet op slot kunnen. Alle 200 journalisten en lobbyisten kunnen dus vrijelijk rondsnuffelen in de burelen, zegt hij. In theorie klopt dat, in de praktijk natuurlijk niet. Zoiets is not done, nog los van de sanctie: pasje inleveren en dus uitkijken naar een andere baan.
Het heeft ook voordelen: het beperkt onnodige erotische afleiding tijdens kantooruren. Ook kamerleden zijn net mensen. Drs. Mallebrootje, ijverig geassisteerd door het jonge ding uit de achterban, had anders nooit zo indringend Kamervragen kunnen stellen over misbruik van subsidies op hooivorken in NO Drenthe.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|