| Het kapitalistisch systeem is toe aan hervorming |
| Paul van Velthoven | |
| vrijdag 10 februari 2012 | |
|
Het kapitalisme staat als gevolg van de kredietcrisis en de bankencrisis opnieuw in een kwade reuk. In de jaren voor de val van de Muur was dat heel anders. Het communisme had zijn ineffectiviteit bewezen, het geloof in een collectivistisch maatschappijmodel was verdwenen. Het vrije marktdenken zou toen aan zijn grote opmars beginnen. Die begon zich al af te tekenen na de oorlog, toen de aantrekkingskracht van de communistische partijen steeds verder was getaand onder invloed van het steeds beter producerende kapitalisme. De grote meerderheid van de bevolking kreeg deel aan een niet eerder geziene welvaart. De jaren zeventig zorgden voor stilstand. Voor een nieuwe generatie economen in de VS en Groot-Brittanië lag de verklaring daarvan in het feit dat de greep van de staat in de gemengde westerse economieën te groot geworden was. Zij verhinderde de economische groei. Politici als Thatcher en Reagan namen het voortouw in wat wel genoemd is de conservatieve revolutie. De markten werden vergaand geliberaliseerd, de bestaande belemmeringen aan kapitaaluitvoer werden opgeheven. Geld werd wereldwijd verhandelbaar. De positieve gevolgen van deze veranderingen in het kapitalistische model overheersten aanvankelijk nog. De welvaart ging opnieuw omhoog, maar raakte nu wel ongelijkmatiger verdeeld. De Aziatische tijgers (Singapore, Taiwan, Zuid-Korea en niet op de laatste plaats China) bewezen na het Westen opnieuw het succes van het model. Ook daar kwam de welvaart binnen het bereik van miljoenen mensen waar in het verleden een selecte groep slechts rijk was ten koste van de meerderheid. Momenteel beleeft het Westen de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. Als het niet hervormd wordt, zal dat net als in de jaren dertig ernstige politieke consequenties hebben. Wat zijn de meest zichtbare tekenen van de ontoereikendheid van het huidige model? De Britse Financial Times, waarschijnlijk de grootste zakenkrant ter wereld, deed aan zelfonderzoek en concludeerde afgelopen maand in een lange artikelenreeks dat het stelsel niet langer duurzame welvaart en banen garandeert en dat de wel geproduceerde welvaart zeer oneerlijk is verdeeld. In feite al dertig jaar neemt de inkomensongelijkheid in Europa en de Verenigde Staten op dramatische wijze toe. In de VS, lange tijd de grootste kampioen van het neoliberale kapitalistische model, zou blijkens enquêtes nog maar zestig procent van de bevolking in het huidige systeem geloven. Tien jaar daarvoor was dat nog tachtig procent. Het wordt nu geassocieerd met overbetaalde bankiers, bloedeloze groei en structurele werkloosheid. De inkomensstructuur in de VS heeft volgens de Amerikaanse politicoloog Norman Orstein zelfs veel weg van een derde-wereldland. Sedert 1980 heeft één procent van de Amerikanen zijn welvaart zien groeien met driehonderd procent, terwijl dat van gezinnen uit de middenklasse slechts met veertig procent is gestegen, aldus statistieken van de Amerikaanse overheid. Die groei blijkt dan alleen nog maar bereikt te worden doordat vrouwen massaal zijn gaan werken. Ziet men daar van af, dan is er eigenlijk van geen enkele inkomensvooruitgang sprake. Volgens Ornstein tekent zich in Europa dezelfde tendens af. Deze wordt voor een deel nog verhuld door het feit dat de globalisering een overvloed aan goedkope producten uit het Verre Oosten binnen het bereik van westerse consumenten heeft gebracht. De woede van het publiek richt zich begrijpelijkerwijs op de eerste plaats op de banken, en in het bijzonder op de Amerikaanse die in 2007 door hun excessieve leengedrag het startsein voor de crisis gaven. De rijkdommen die worden aangeklaagd zijn feitelijk virtueel door een overspannen marktdenken, en niet gecreëerd door ondernemers, maar door beursspeculanten. Hervorming De Britse krant acht de hervorming van de instelling die het meest aan de huidige crisis heeft bijgedragen, de banken, direct noodzakelijk. In de VS, Groot-Brittannië, die trendsettend waren voor hun ongebreidelde macht, maar ook in IJsland, Ierland en Zwitserland verdween het besef dat de geldsector niet een op zichzelf staande industrie behoort te zijn, maar pas tot zijn recht komt wanneer ze de reële economie stimuleert. Dit falen werd verergerd door het dwaze idee bij sommigen in de financiële wereld dat de geldsector de volgende fase was in de natuurlijke ontwikkeling van het kapitalisme (die begon met de landbouw, overging naar de industrie en vervolgens naar de dienstensector). Dat de krant zijn pijlen richt op de bankensector is begrijpelijk. Op veel andere factoren, zoals de globalisering van de economie, technologische veranderingen, het ontstaan van nieuwe industrieën in andere delen van de wereld en daarmee het verschil in concurrentiekracht tussen landen, valt weinig invloed uit te oefenen. De bankensector zal in ieder geval gesaneerd en opnieuw gereglementeerd moeten worden. Deze is nu veel te groot. De risico’s van ingewikkelde kapitaaltransacties worden afgewenteld op wat de normale functies van een bank zouden moeten zijn: het beheren van spaargelden en in ruil daarvoor het faciliteren van grotere economische bedrijvigheid door het verstrekken van leningen aan het bedrijfsleven. Een nieuwe reglementering van ondernemingen in het algemeen is volgens de Britse krant eveneens onmisbaar. Ze klaagt de bestuursraden van de grote ondernemingen aan die de salarissen van de leiders van de ondernemingen vaststellen. Die verdienen gemiddeld vierhonderd keer zoveel als de werknemer die aan de onderste trede van de ladder staat. Is dit een morele ontsporing of omdat men zich door kuddegedrag laat leiden (‘de anderen doen het immers ook’)? In de ondernemingen staat nu voortdurend het korte termijnsbelang voorop, het belang van de aandeelhouder bij een zo’n groot mogelijke winst. Tenslotte zal het belastingregime ingrijpend moeten worden hervormd. Dat heeft er nu toe geleid dat de rijken nu relatief veel minder belasting betalen dan de gemiddelde burger. De winnaars zullen de verliezers in het huidige systeem moeten compenseren, aldus de FT. De voorstellen van de Britse zakenkrant klinken bepaald niet revolutionair. Wel is het interessant dat deze hervormingsvoorstellen uit een milieu komen dat altijd pal heeft gestaan voor de belangen van het zakenleven. Ook het orgaan en de woordvoerder bij uitstek van het neoliberale model, het Britse weekblad The Economist, bepleit soortgelijke hervormingen. Het is niet ondenkbaar dat zij een trend zullen zetten. De hervormingen zijn hoe dan ook nodig. Wanneer ze niet van de grond komen zullen ze het huidige democratische systeem zelf bedreigen. |