|
Waarom wordt er toch zo vaak ten onrechte gesproken van ‘de media is.....’? Media is het meervoud van medium en dus moet er altijd sprake zijn van de meervoudsvorm achter media. Ik denk dat het komt door de behoefte bij klagers het wijd vertakte mediaveld als één grote vijandige of in ieder geval verdachte kracht te zien. Vergeten wordt dat het begrip media dagbladen, omroepen, tijdschriften en nog een keur aan andere communicatiemiddelen omvat. De Telegraaf op een hoop gooien met pak-weg De Groene Amsterdammer, of Het Reformatorisch Dagblad met PowNews of ´Opgelicht´ met de ´Story´ is natuurlijk bizar, maar in feite gebeurt het wel. Een kreet als ´de media zijn links´ slaat dan ook helemaal nergens op, afgezien nog van het feit dat journalisten in principe kritisch horen te zijn en dat zo´n kritische houding veelvuldig als links wordt gekenmerkt. Het zou even dom zijn om te beweren dat conservatisme gelijk staat aan alles voor zoete koek aannemen. Politiek is overigens ook zo’n bedrijfstak die lijdt onder doorgaans onterechte veralgemenisering. Maar nu even de media. De afgelopen weken hadden ze het weer menigmaal gedaan. Dat begon al met Jannetje Koelewijn en haar publicatie in de NRC over de toestand van prins Friso. Ik heb het in een vorige column voor haar opgenomen, omdat ook ik in die eerste dagen na het ski-ongeluk de even oeverloze als inhoudsloze mededelingen over de prins beu was. De RVD zweeg in alle talen en ik heb er begrip voor dat journaliste Koelewijn een paar positieve elementen, waarvan zij kon aannemen dat die betrouwbaar waren, heeft doorgegeven aan haar krant. Dat haar waarnemingen tot veel te groot optimisme leidden, is pijnlijk, maar moet toch vooral op het conto worden geschreven van de RVD. Als de voorlichtingsdienst meteen had laten weten dat de reanimatietijd extreem lang was, zou voor optimisme geen plaats zijn geweest. Een uitglijer van de NRC niettemin, maar wel een begrijpelijke. Over ‘de media’ ging het ook bij de affaire Naema Tahir, de columniste die in het programma Buitenhof een pleidooi had gehouden voor het weren van onbeschofte journalisten van het Binnenhof. Natuurlijk doelde zij op het fenomeen Rutger Castricum van PowNews, maar ze was zo onverstandig het probleem te veralgemeniseren. Castricum is een man die de hufterigheid aan z’n kont heeft hangen. Hij is er inderdaad alleen op uit zijn ‘slachtoffers’ te vernederen. Ik zou er geen enkel bezwaar tegen hebben als hij uit de journalistiek wordt verbannen. En alle gebazel over politici en andere slachtoffers, die daar maar tegen opgewassen moeten zijn, is onzinnig. Natuurlijk helpt het als politici adrem en niet voor één gat te vangen zijn, maar het opgewassen zijn tegen de onbetamelijkheden van Castricum mag natuurlijk nooit de maatstaf worden. En dat Pauw en Witteman en in hun kielzog Jos Heymans van de parlementaire pers Naema Tahir dan meteen betichten van een pleidooi voor een soort dictatoriale ‘fatsoenspolitie’ is uitermate kinderachtig en tendentieus. Castricum had bovendien nog aangebeld bij het privé-adres van de columniste om verhaal te halen. Daar deed haar in ieder geval fysiek nogal indrukwekkende partner open, een hoogleraar met het voorkomen van een sportschooljunk en dat leidde tot een weinig verheffende gedachtenwisseling. En dat bracht de ook bij DWDD al eens zeer angsthazerige Castricum ertoe te beweren dat de ‘grote kale’ hem tot tweemaal toe had gepoogd te wurgen. Pauw en Witteman waren afgelopen week trouwens toch niet echt in vorm. Nebahat Albayrak, kandidate voor het leiderschap van de PvdA, kreeg ervan langs omdat ze er de voorkeur aan gaf over de inhoud te spreken en niet over het feit dat zij volgens haar ondervragers gebruik maakt van haar status als vrouw én Turkse. Albayrak kwam wel een beetje gespannen en snauwerig over, maar ze had de beide heren af en toe toch behoorlijk in de tang. Ik ben het eens met de hoogleraar die meent dat Albayrak het helemaal zou hebben gemaakt als zij Pauw zou hebben toegevoegd ‘jij vindt een vrouw on top toch geweldig’, maar laten we toch vooral blij zijn met het feit dat zij het medium ´Pauw en Witteman’ confronteerde met het feit dat ze toch net een beetje al te vaak vooringenomenheid tonen. En voor de rest moeten we de rol van ‘de media’ vooral in perspectief blijven zien, dat wil zeggen als kritische waakhonden van het waarheidsgehalte van wat anderen ons willen doen geloven.
|