Oldtimers
Hans Muiderman   
dinsdag 06 maart 2012
Vandaag zit ik in de trein naar Zwolle. Af en toe bezoek ik een Hanzestad.Een paar minuten voor Deventer deelt de conducteur mee dat vanwege een aanrijding tussen Deventer en Olst de trein niet verder gaat. Zwolle kan ook straks, denk ik terwijl ik de Brink van Deventer op loop.
Het Hanzeverbond. Wat nu de hedgefondsen zijn, waren toen de piraten. Daar kan je je tegen wapenen. Samenwerken dus. Daar links op de Brink heeft een schavot gestaan, misschien is daar een dief gedood en stond iedereen te kijken. Nu delen we bonussen uit aan misdadigers. Ik drink koffie met een likeurtje, haal mijn Bussinger koek door de room. De koek, die al vijf eeuwen oud is, valt van versheid uit elkaar.Een aanrijding? Of een aanrijding met een persoon? Nee ,dat laatste zei de conducteur niet. Blikschade dus. Ik zie een takelwagen, in mijn gedachten,hij trekt een auto van de rails, het spoor zal nu wel vrijgegeven zijn. Ik loop terug naar het station.Nee toch niet, er staan bussen klaar. We worden naar het station van Olst gebracht. Een mooie tocht, over de dijk, links glinstert de IJssel waar ooit de Hanze handelaren naar het Noorden gingen. Op de achtergrond het nieuws van de regionale radio:‘Tijdens een oldtimer-rally is ten zuiden van Olst op een onbewaakte spoorwegovergang een aanrijding geweest van een auto met een trein, de twee inzittenden van de auto zijn daarbij overleden.’Ik zie twee mannen in een open auto, mooi gepoetst, blinkend chroom. Vader en zoon, ze hebben geruite petten op en zijn gekleed in leren jacks.Dan vliegen ze door de lucht, mijn geest maakt er een vertraagde film van, dit is de laatste fractie van hun leven. Iedereen in de bus zwijgt.Dood, stil.
Ik kan de slaap niet vatten, twee mannen vliegen door de lucht, ze lanceren een geruite pet, kinderen huilen, het nieuws heeft zich verspreid bij hun geliefden. Een aanrijding bij Olst. Ik ga naar buiten voor een wandeling.Een kwartier later sta ik in een caféen lees van links naar rechts: Jupiler, La Chouffe, Palm, Hoegaarden, Steenbrugge-Abdijbock, Leffe Blond, Leffe Bruin, Jupiler. Ook hier lijkt alles te vertragen. Wat was hun laatste woord, of hun gebaar? Er is vast door hun vrouw of moeder naar hen gezwaaid.

De volgende dag zie ik in museum De Fundatie in Zwolle de film Long Goodbye van David Claerbout. Dertien minuten.Een gezicht van een vrouw, de post van een deur. Ze beweegt, langzamer dan langzaam, de tijd is uitgerekt, ze heeft een dienblad in haar handen, ze loopt, lopen is het niet, het is nog trager dan schrijden. Ze is nu buiten, een muur door de zon verlicht. Ze zet het blad neer, schenkt thee in. Ze staat op een terras van een oude villa. De thee komt traag uit de tuit, alles is bijna stil gezet, ze pakt het kopje, nee dat is te snel gezegd, ze reikt naar het kopje, opent haar hand, pakt het, brengt het omhoog. Alles staat stil. Bijna.Dan ineens.Kijkt ze naar mij?Ze tilt haar hand op, in diezelfde uitgerekte tijd, ziet ze mij. Of zwaait ze naar iemand die in een auto langs rijdt? Dan kan ook. Zwaait ze iemand uit?
Tegelijkertijd komt de zon in beweging, schaduwen verlengen zich, de schaduwen van een boom snellen over de muur, de vrouw blijft traag, ze zwaait, het daglicht verdwijnt van de muur alsof het vlucht. De vrouw, bijna niet meer te onderscheiden van de achtergrond, zwaait. Dan is ze weg, alles is donker. Alles heeft een einde.