| Gefilosofeer aan de cafetafel |
| Frans Kok | |
| vrijdag 06 april 2012 | |
|
Hans van Mierlo en Frits Bolkestein kwamen elkaar frequent tegen. In de Haagse arena, maar ook in Amsterdam. Vrienden waren ze niet, maar van enige animositeit is nooit iets gebleken. Daarom is de felle aanval die Bolkestein recent in Vrij Nederland deed op van Mierlo’s politieke gedachtengoed en intellectuele bagage niet goed te plaatsen. Vooral zijn onverwachte slotzin: Van Mierlo was een bange man, komt hard aan. Bolkestein moet zich mateloos geërgerd hebben aan diens vrijblijvende gefilosofeer. En geheel ten onrechte is dat niet. Van Mierlo had charisma en maakte veel los in de vaderlandse spruitjespan. Maar toen het aankwam op het concreet gestalte geven aan de nieuwe politiek, gaf hij niet thuis. Het bleef steken in hoogdravende prietpraat. Vrijblijvend gefilosofeer aan de cafétafel, wijdse vergezichten hoe het anders zou moeten, maar de volgende - ietwat brakke - ochtend alweer goeddeels vervlogen. Een visionair, maar vaak gehinderd door grondmist. Het is vreemd dat van Mierlo, als oud-journalist, er nooit toe kwam iets op papier te zetten. Geen memoires, geen doorwrocht artikel. Niets, alleen gesproken teksten, nu gebundeld. Te weinig discipline? Wellicht, maar misschien ook een gebrek aan echt houdbare politieke ideeën. Toch heeft hij veel losgemaakt en bracht als een van de eersten het persoonlijke in de politiek. Zowel in de enthousiaste beginfase, als toen hij minister van Defensie en later Buitenlandse zaken was. Zijn nachtelijke gesprek met Cap Weinberger, op de rand van diens hotelkamerbed, is fameus. Hans Gruijters, kompaan van het eerste uur, leed aan hetzelfde euvel. Razend intelligent, heel belezen, maar wat is ervan beklijfd? NRC Handelsblad heeft hem nog eens gestrikt voor een tweewekelijkse column. Na de derde keer kwam er eenvoudigweg geen kopij meer binnen. Ook geen enkel terugblik op zijn interessant jaren in de politiek. Niets. Jan Terlouw zou daar eens zijn licht over moeten laten schijnen. Hij heeft beiden van dichtbij meegemaakt. Iets van de sluier heeft hij als eens opgelicht in zijn malicieuze sleutelroman De derde kamer. Maar een serieuze studie zou heel welkom zijn. Of een goede biografie. Bolkestein vond al die cafépraat maar onzin. Zelfs schadelijk. Niet voor niets luidt de ondertitel van zijn recente boek over de Europese intelligentsia sinds de 18e eeuw: Gevaarlijke ideeën in de politiek. Gevaarlijk was van Mierlo in het geheel niet. Wel een beetje een warhoofd. Maar een aardig warhoofd. |