| Af en toe een huilbui |
| Gastschrijver | |
| woensdag 26 juli 2006 | |
|
Jan Schinkelshoek Nee, Balkenende en Bos zullen het niet in hun hoofd halen. Zelfs voor de middeleeuwen moet de Duitse keizer Hendrik IV er een bijzondere politieke stijl op na hebben gehouden, een nogal melodramatische manier van leiderschap waar moderne managementboeken en -boekjes geen raad mee zouden weten. Maar rond het jaar 1100 werkte het. Aan de vooravond van een nieuwe veldtocht tegen de Saksen riep de keizer zijn vorsten bij elkaar. ‘Al snel’, zo verhaalt de kroniekschrijver, ‘wierp hij zich deemoedig languit op de grond en hief een luid geweeklaag aan. Terwijl hem de tranen over de wangen stroomden, vertelde hij de aanwezigen dat de Saksen zijn burcht verwoest hadden… Toen kuste hij ieder de voeten en bad dat God en zijn heiligen de hem aangedane smaad niet ongestraft zouden laten en het hem overkomen onrecht zouden wreken…’ Tot diep in de geschiedenis, zo wordt duidelijk uit enkele aardige essays in een historisch tijdschrift-met-weinig-fantasierijke titel ‘Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden’, hebben emoties - algemener: gevoelens - een belangrijke politieke rol gespeeld. Waar tegenwoordig in de Tweede Kamer gegeneerd wordt gekeken als een minister (Hanja Maij-Weggen) of staatssecretaris (Karin Adelmund) in tranen uitbarst en zelfs een verkiezingsdebat op het hoogtepunt van de polarisatie na een huilbui aan scherpte inboet (zoals Hans Wiegel zich zal weten te herinneren), staan de geschiedenisboekjes vol van huilende, stampvoetende, krijsende, razende, sentimentele, geëmotioneerde en rouwende vorsten, regenten en andere bestuurders. Niet zo zeer omdat het in de politiek vroeger zo veel hartstochtelijker of ongecontroleerder toeging als tegenwoordig. Nee, veel meer omdat gevoelens toentertijd welbewust en weloverwogen werden ingezet als middel om je doel te bereiken. Ja, emoties zijn verdacht geraakt. In politiek en bestuur - niet alleen daar, zoals iedereen weet wel eens in de top van het bedrijfsleven heeft rondgekeken - geldt de onverbiddelijke wet van de rationaliteit. Alles wordt geacht er zakelijk, verstandelijk en beredeneerd aan toe te gaan. En niet te vergeten: berekenend. Wie zich zichtbaar door gevoelens laat leiden, staat al vòòr het eerste fluitsignaal op achterstand. Alleen al het spraakgebruik - ‘...door emoties overmand…’ - is veelzeggend. De Held van 2006 is iemand die onverstoorbaarheid uitstraalt. Heeft minister Verdonk (‘IJzeren Rita’) haar populariteit niet grotendeels te danken aan dat bitse, bijna onvrouwelijke en vooral ook keiharde imago? Dwong de emotieloze benadering van Lousewies ook niet stille bewondering af? Geldt oud-minister Pechtold niet als een watje? En is Wouter Bos niet uit de gratie gevallen toen hij gedwongen werd uit de struiken te komen? Toen premier Balkenende tijdens één van de debatten rondom de kabinetscrisis uit z’n slof schoot, gold het als een zwaktebod. En toen hij al te openlijk, al te eerlijk toegaf dat die befaamde schuldbekentenis van Ayaan Hirsi Ali ook minister Verdonk moest apaiseren, werd het zonder veel omhaal bijgeschreven in het rijtje uitglijders. Hedendaags leiderschap wordt afgemeten aan nuchterheid en zakelijkheid. Kennelijk staat onbewogenheid en misschien ook wel afstandelijkheid hoger genoteerd dan betrokkenheid, invoelingsvermogen, laat staan gevoeligheid. Toch blijft No Nonsense een kwetsbare vorm van leiderschap. Het is nog maar heel kort geleden dat iemand als Pim Fortuyn een zichtbare emotionele politieke stijl inzette om z’n duizenden te verslaan. Zijn verschijning (‘dandy-met-hondjes’), zijn optreden (‘at your service’) en zelfs zijn woordgebruik (‘verweesde samenleving’) hadden slechts ten toon om te vertederen - om het hart van het volk te raken. Dankzij de onbewogen, koudbloedige reactie zijn concurrenten, Ad Melkert voorop, slaagde Fortuyns opzet. Emotiepolitiek is een oude, beproefde methode om als buitenstaander in te breken. Abraham Kuyper - let op zijn bijnaam: ‘de grote klokkenist der kleine luyden’ - boekte aan het einde van de negentiende eeuw in het protestantse Nederland grote politieke successen dankzij een charismatische, persoonlijke, emotionele politieke stijl. Op dezelfde manier verwierven volkstribunen als Domela Nieuwenhuis en Troelstra massale steun onder socialistische arbeiders. Het was een welbewuste, doordachte breuk met de zakelijke, nuchtere en vooral ook rationele manier waarop zijn liberale tegenstanders binnen en buiten de Tweede Kamer politiek bedreven. Ja, het was net zo subversief als wat Fortuyn deed. En minstens zo effectief… Maar ook dat onderdeel van Fortuyns nalatenschap is op z’n retour, zoals alleen al blijkt uit het kloeke, ferme en vooral ook daadkrachtige leiderschap dat iedereen - van JP tot Jan Marijnissen - opeist. Tot aan Ayaan Hirsi Ali toe wordt gepleit voor ‘eerherstel van de elite’. Weg met het behaagzieke populisme. Weg met die 'verplattende' emotiepolitiek. Weg met dat goedkope sentimentalisme. Leve de daadkracht. Leve de nuchterheid. Leve de onverstoorbaarheid. Niet Pim Fortuyn, maar Marco van Basten is op weg naar de verkiezingen van 22 november het grote voorbeeld. Tijdens het WK straalde de nationale bondscoach nuchterheid uit. Waar zijn collega onder die veelbesproken wedstrijd tegen Portugal opgewonden, schreeuwend en gebarend langs de zijlijn heen en weer liep, stond Van Basten er onbewogen. Terwijl Erwin van der Sar met verwrongen gelaat afdroop, gaf zijn trainer zijn triomfantelijke tegenspeler sportief de hand alvorens kaarsrecht naar de kleedkamer te gaan. Een leider die zich niet van z'n stuk laat brengen - is dat niet wat Nederland nodig heeft? En na die impulsieve, onbeheerste en ontluisterende kopstoot van Zidane lijdt het helemaal geen twijfel meer. Dat populaire Stoere Jongens-toontje krijgt al zulke platte trekken dat er een partij in de maak is die zich NLMP wil laten noemen: ‘Niet Lullen Maar Poetsen’. Misschien waren de middeleeuwen toch wel wat gevoeliger. Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken |