Deutsche Bahn toont huiveringwekkend verleden
Marjolijn Uitzinger   
woensdag 23 januari 2008
Berlijn – Zonder de medewerking van Duitse spoorwegbeambten zou de moord op miljoenen Joden, Roma en Sinti niet mogelijk geweest zijn. Deze tekst is de leidraad voor de tentoonstelling “Sonderzüge in den Tod – Deportationen mit der Deutschen Reichsbahn” die vandaag in Berlijn wordt geopend. Op 40 borden laat de Deutsche Bahn (DB) zien wat de rol van de spoorwegen is geweest bij het transport naar de vernietigingskampen in de periode 1938 – 1945, met de nadruk op het lot van de naar schatting 1 miljoen Joodse kinderen die door de spoorwegen naar de kampen zijn gevoerd.

De tentoonstelling is te zien op station Potsdamer Platz (waar ook het hoofdkantoor van Deutsche Bahn staat) en reist vanaf medio februari naar DB-gebouwen bij stations in andere grote steden, zoals Frankfurt, Münster, München, Halle en Stuttgart. DB-baas Hartmut Mehdorn heeft zich er lang tegen verzet, op gronden die overigens niet onredelijk klinken. Het zwarte verleden van de Duitse spoorwegen wordt al grondig uit de doeken gedaan in het Spoorwegmuseum in Neurenberg, die tentoonstelling zou ook op andere plekken getoond kunnen worden, maar niet op stations; het thema zou volgens hem veel te zwaar zijn om door reizigers met een broodje in de hand even vlug te worden bekeken. Bijkomend bezwaar van Mehdorn tegen de expositie op stations waren veiligheidsoverwegingen, zoals angst voor vernielingen en wat dies meer zij.

Meer dan twee jaar heeft de strijd geduurd, maar uiteindelijk is Mehdorn gezwicht, onder druk van Verkeersminister Tiefensee en de gedreven Frans-Duitse journaliste en nazi-jaagster Beate Klarsfeld. Zij maakte in 1968 geschiedenis door de toenmalige bondskanselier Kiesinger vanwege zijn nationaal-socialistische verleden een flinke oorvijg te geven, wat haar op vier maanden cel kwam te staan. Beate is iemand om rekening mee te houden: samen met haar man Serge Klarsfeld ontmaskerde zij onder anderen de beruchte Franse oorlogsmisdadigers Klaus Barbie en Maurice Papon.

Om de jonge slachtoffers van de Holocaust “een gezicht te geven” maakte zij een foto-tentoonstelling over de 11.400 Joodse kinderen die in de periode ’42 –’44 vanuit Frankrijk gedeporteerd zijn. De SNCF reageerde positief op dit project en stelde stations ter beschikking. Klarsfeld dreigde Mehdorn deze tentoonstelling ook op Duitse stations te tonen, tenzij de Deutsche Bahn een eigen expositie zou openen. Ze werd in haar actie gesteund door minister Tiefensee en daar kon Mehdorn op den duur natuurlijk niet tegenop. De vandaag geopende expositie is het resultaat van samenwerking tussen Klarsfeld (die onderdelen van haar eigen tentoonstelling erin heeft verwerkt), de Deutsche Bahn, het Berlijnse Techniekmuseum en de Neue Synagoge in de Duitse hoofdstad.

De Holocaust en de medewerking van de Duitse spoorwegen aan deze gruweldaden blijft natuurlijk een niet te bevatten thema, maar het meest onthutsende is misschien nog wel dat iedereen bij de Reichsbahn na de oorlog vrijuit is gegaan. Met uitzondering van één enkele functionaris, Albert Ganzenmüller, overigens wel een van de hoofdverantwoordelijken voor de organisatie van de transporten. Hij moest terecht staan, kreeg een hartinfarct en werd vervolgens op vrije voeten gesteld, nadat hij “permanent handelingsonbekwaam” was verklaard. Ganzenmüller leefde nog 23 jaar lang en gelukkig.

De Deutsche Bahn kan aan deze onverteerbare gang van zaken natuurlijk niets doen en niets veranderen, maar met deze tentoonstelling legt men als het ware opnieuw verantwoording af over het verleden. Eerder heeft DB de dwangarbeiders schadeloos gesteld en in 1998 op het Berlijnse station Grunewald (vanaf oktober 1941 het vertrekpunt van de transporten naar de oostelijke concentratie- en vernietigingskampen) een indrukwekkend gedenkteken gerealiseerd, genaamd Gleis 17. Dit buitenste perron is over de hele lengte voorzien van 183 ijzeren platen, voor elk transport één, waarop de datum, het aantal gedeporteerden en de bestemming staan beschreven.
De laatste plaat geeft aan: 27 maart 1945, 18 Joden, Theresienstadt.

Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken