|
Gastschrijver
|
|
woensdag 09 juli 2008 |
|
Han Kogels
Het heeft even geduurd, maar het Fingerspitzengefűhl lijkt bij de fiscus in ere te worden hersteld. Gewoon kijken of de belastingplichtige nerveus op zijn stoel zit te schuiven. Even loeren naar zijn gelaatsuitdrukking. Knippert hij niet wat te vaak met zijn ogen? Heeft-ie zweetdruppeltjes op het voorhoofd? Van welk automerk is dat contactsleuteltje? Zou die Rolex echt zijn? Is het een open figuur of heeft-ie het achter zijn ellebogen? Voelt het goed of voelt het niet goed? En dan de inkeiler: ‘Nee, mijn onderbuikgevoel zegt me dat uw aangifte niet deugt. Ik ga er nog even induiken. U hoort nog van me!’ Het schijnt te werken. Speurhonden van De Jager hebben het in groepjes van twee uitgeprobeerd op een paar honderd ondernemers. Alles onder het toeziend oog van een Nijmeegse hoogleraar in de psychologie van het onderbewuste. Telkens één onderbuikaanvoeler die een uurtje met de belastingplichtige aan tafel zat en één cijferaar die dagenlang de boekhouding ging onderzoeken. In meer dan tachtig procent van de gevallen bleek het onderbuikgevoel juist te zijn geweest. De staatssecretaris wil nog wat langer testen, zo laat zijn woordvoerder weten, maar als het goed loopt kan er veel menskracht worden bespaard. Wie een goed onderbuikgevoel heeft mag blijven. Om wat ervaring op te doen voor de overstap naar de fiscale adviespraktijk. Dan kan je tegen een aantrekkelijk tarief je klant uitleggen hoe die zich moet gedragen om belastingbesparend in te spelen op de onderbuikgevoelens van de inspecteur.
|