Alleen naieve politici geven energielevering uit handen
Paul van Velthoven   
zondag 26 april 2009
Nederland is een handelsland. Het leeft in sterke mate van de in- en uitvoer en van de doorvoer van goederen. Onze welvaart is er van afhankelijk. Als klein land stellen we een groot vertrouwen in de spelregels voor internationaal verkeer, die deze bedrijvigheid ongehinderd veilig moeten stellen. Als kleine partij stellen we op het internationale speelveld niet veel voor. We kunnen niet zoals de grote landen met grof geweld onze zin doordrukken of de regels die in internationaal verband zijn afgesproken aan onze laars lappen. We hechten juist in bijzondere mate aan grensoverschrijdende regels. Ondanks de kritiek dat we de laatste jaren sterk geneigd zijn ons meer naar binnen te richten blijft Nederland een land van internationalisten. Ook binnen de Europese Unie lopen we nog steeds voorop bij het ten uitvoer leggen van gemeenschappelijk afgesproken regels, zoals op het gebied van de milieuwetgeving, maar ook op dat van de vrije concurrentiewetgeving.

Maar door zo nadrukkelijk voor de muziek uit te lopen zijn we soms ook wereldvreemd en benadelen we daardoor ons zelf. Het laatste voorbeeld daarvan is de gedrevenheid waarmee we de energiemarkt hebben opengegooid. Goed, de infrastructuur hebben we conform de Brusselse regels inmiddels genationaliseerd, maar de energie zelf laten we aan het spel van de vrije marktkrachten over. Het gaat hier wel om een strategisch goed van de eerste orde. De schaarste aan energie of de onvoldoende toevoer ervan heeft in het verleden al veelvuldig geleid tot internationale conflicten. De Amerikanen hadden er een oorlog voor over om een olierijk land als Irak in het gareel te duwen. Het is maar een voorproefje, want het is volstrekt evident dat met de toenemende schaarste van de bestaande energiebronnen de strijd daarover in de naaste toekomst alleen maar heviger zal worden. Regels zullen ons dan niet kunnen redden. Het internationale recht is immers een zeer onvolkomen instrument. Het staat of valt bij de gratie van degenen die het willen respecteren. Niets meer of minder.

De grote landen zullen, wanneer puntje bij paaltje komt, hun eigen plan trekken en er is geen supranationale instelling in de wereld met voldoende gezag en sanctiemogelijkheden die hen van die weg kan afbrengen. Politiek, of de voortzetting ervan met militaire middelen zoals Von Clausewitz’ beroemde adagium luidt, is dan doorslaggevend.
In dit licht is de Nederlandse opstelling ten aanzien van het energievraagstuk dan ook buitengewoon naïef. Naïef omdat de politieke mores die wij hier er onderling op nahouden elders bepaald niet overal gemeengoed zijn. We projecteren die in onze onschuld op anderen en worden daardoor slachtoffer van eigen gezichtsbedrog.

De ergernis van een man als VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes, die de afgelopen tijd vergeefs heeft geprobeerd politiek Den Haag warm te krijgen voor een fusie tussen Nuon en Essent om zo een gezamenlijk Nederlands energiebedrijf te creëren valt te begrijpen. Want wat is nu belangrijker, concurrentie tussen kleinen en groten, zoals de EU-regels voorschrijven, waarbij de eersten dus hun verlies moeten nemen, of grotere leveringszekerheid? Maar in plaats daarvan zijn we bezig met de uitverkoop van zo’n belangrijke sector. Hoe wereldvreemd de positie bij vele Nederlandse beslissers op dit terrein is blijkt wel uit het feit dat zij als belangrijkste randvoorwaarden voor zo’n uitverkoop het produceren van groene stroom en behoud van werkgelegenheid eisen. De hoofdzaak zelf, namelijk dat de levering van energie niet in gevaar komt door uitverkoop, wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hier valt op grond van allerlei enquêtes een grote kloof te signaleren tussen het grote publiek dat, niet gehinderd door trends die het denken van politieke en zakenkringen op dit terrein domineert , aan zijn water voelt dat men niet nodeloos zulke strategische goederen als energielevering prijs moet geven, en een politieke elite die zich in vol vertrouwen heeft uitgeleverd aan de markt en daarmee denkt voldoende verantwoording te hebben afgelegd. Maar de afwijzing van de verkoop van Essent door de Brabantse Staten is een hoopvol teken dat dit vertrouwen ook in die kringen begint te wankelen.

www.paulvanvelthoven.nl

Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken