Economische crisis kan kwalijke nasleep krijgen
Theo Monkhorst   
dinsdag 25 augustus 2009
De beurzen trekken weer aan. Sommige autoriteiten spreken hun positieve verwachtingen uit, anderen zijn nog voorzichtiger, maar het algehele beeld is: het diepste punt van de recessie is voorbij. Daarmee doen zich twee vragen voor: hoe snel trekt de economie weer aan en hebben we iets geleerd van de diepste financiële en economisch crisis sinds het begin van de vorige eeuw? Het antwoord is: zeer langzaam en nauwelijks.

De oorsprong van de wereldwijde recessie lag in de financiële wereld: verzekeraars die hypotheken afsloten zonder garanties en bankiers die handelden in allerlei fantasieproducten die slechts bestonden uit kwalijke lucht, maar die op basis van de goede rating van banken werden verkocht tegen vorstelijke prijzen. Toen het op een paar plaatsen mis ging omdat consumenten niet aan hun verplichtingen konden voldoen stortte het hele internationale systeem in en moesten overheden banken en verzekeraars redden met miljarden. De beurzen klapten in elkaar zodat aandeelhouders enorme verliezen leden. De wereldhandel zakte ineen en overal steeg de werkloosheid. Bedrijven stopten met investeren en werden deels in de benen gehouden door overheden.

We hebben allemaal de ontwikkeling gevolgd en zien nu dat het dieptepunt bereikt lijkt te zijn. Zodat mensen die het nog kunnen betalen weer aandelen beginnen te kopen in de hoop hun voorgaande verliezen wat te compenseren.

Het meest opmerkelijk is dat een aantal banken dat door de overheden moest worden gered weer forse winsten maakt en geld terugbetaalt aan overheden. Zo hebben de banken Goldman Sachs en JP Morgan ieder een winst van 2,5 miljard dollar geboekt in het tweede kwartaal van dit jaar en scoorden BNP Paribas (met onderdelen van Fortis in zijn bezit) Deutsche Bank, HSBC en Barclays in Engeland ook boven verwachting. Tegelijkertijd worden weer enorme bonussen betaald.

Zo heeft de Zwitserse regering een winst van maar liefst 1,1 miljard dollar geboekt bij het verkopen van zijn aandeel van 9 procent in de bank UBS bank. De Amerikaanse regering heeft een boekwinst van bijna 11 miljard dollar genoteerd op zijn in waarde gestegen aandeel in Citigroup. Overigens peanuts in vergelijking met de duizenden miljarden die in de economie zijn gestoken.

Uiteraard zijn er ook nog een aantal slecht functionerende banken en moesten in de VS de hypotheekverstrekkers Freddy Mac en Fanny Mae, ondanks winst, weer door de overheid financieel worden bijgestaan. Het is niet onwaarschijnlijk dat sterken nog wat zwakkere broeders uit de markt zullen drukken of voor een krats overnemen.

Wat we ook zien is dat de auto industrie, die stevig moet bezuinigen, in een aantal landen een sterke omzetgroei te zien geeft. Dankzij het feit dat in de VS en Duitsland door de overheid een slooppremie wordt betaald is de vraag naar nieuwe – zuinige en kleinere – auto’s enorm gestegen. Uiteraard trekken deze successen ook de toeleveranciers en exporteurs mee omhoog. Zo is in de VS de hybride Toyota Prius een groot verkoop succes. Dit neemt niet weg dat grote aantallen arbeidsplaatsen zijn of worden geschrapt waardoor de werkloosheid in de auto en aanpalende industrie groot is.

Het antwoord op de vraag hoe het komt dat het met de banken weer zo goed gaat, zo snel na het ontstaan van de crisis, geeft ook meteen de zwakte aan van het systeem.
Het antwoord luidt: de overheden hebben niet alleen de balansen van banken kunstmatig opgepompt maar de centrale banken hebben ook nog eens zeer goedkope kredieten beschikbaar gesteld. Banken kunnen bijna voor niets geld lenen van de centrale banken. De gedachte daarachter is dat zij op hun beurt weer goedkope kredieten beschikbaar stellen ten behoeve van bedrijven die willen investeren en op die manier de economische groei bevorderen. Maar dat is helaas verkeerd gedacht: banken lenen alleen uit tegen hoge rentes en onder zeer strikte voorwaarden. Zij willen zo snel mogelijk weer voldoende solvabel zijn om te voorkomen dat zij weer staatssteun nodig hebben. Het liefst betalen zij de staatssteun zo snel mogelijk af, zodat de minister van Financiën niet meer over hun schouder kan meekijken.

Het systeem van de lage rentes ter stimulering van de economische groei werkt dus niet omdat banken niet doen waar ze voor gemaakt zijn: geld doorsluizen. En dat betekent dat zij het geld goedkoop binnenhalen en mondjesmaat zeer duur doorsturen. Zo worden zij weer vet.
Er is nog een manier waarop sommige van de grotere banken veel geld verdienen, namelijk door gebruik te maken van technologische innovaties bij het aan en verkopen van aandelen. Tussen de 40 en 60 procent van de aandelenhandel gaat op het ogenblik door daartoe geprogrammeerde computers en komt er dus geen handelaar aan te pas. De nieuwste technologie wordt high frequency trading genoemd en komt neer op het razendsnel massaal aan- en verkopen van producten door computers. En met razendsnel wordt bedoeld splitseconden. Goldman Sachs geeft toe dat het een deel van de winst op die manier heeft verdiend. De sterke stijging van de omzetten op de beurzen is daarvan ook de oorzaak. Het gevaar dreigt dat dit uit de hand zal lopen, omdat weliswaar grenzen worden gesteld, maar menselijke inhaligheid zich daar wel eens niets van kan aantrekken. Banken kun je immers niet vertrouwen. Zie de vuile leningen.

De concurrentie capaciteit heeft dus vooral te maken met de mogelijkheid te investeren in steeds nieuwe technologieën. Met andere woorden, er is sprake van een technologie oorlog die wordt gewonnen door de kapitaalkrachtigste bedrijven. Er is overigens ook nog een bedenkelijke kant aan deze technologie. Het schijnt mogelijk te zijn net iets sneller informatie te verkrijgen dan anderen,zodat er dus in feite sprake is van voorkennis. De Amerikaanse Security and Exchange Commission onderzoekt inmiddels bepaalde aspecten van deze strategie.

Wat we zien is, dat de zakenbanken weer in staat zijn op de oude voet te opereren en fors te verdienen. De spaarbanken daarentegen zitten nog met problemen omdat zij afhankelijk zijn van de economische situatie die niet best is en bovendien nog steeds in hun maag zitten met de slechte schulden. Want die zijn nog maar op weinig plaatsen uit de markt gehaald en zo blijft de onzekerheid, ook al omdat niet duidelijk is hoe groot deze risico’s nog zijn. Banken schrijven er wel op af, maar of dat voldoende is weet niemand. Overigens ook een reden voor banken om vooral hun solvabiliteit in de gaten te houden.

Tijdens de financiële crisis werd er gepleit om zakenbanken(risico banken) en spaarbanken (nuts banken) te splitsen, maar daar hoort niemand meer van. Misschien wel begrijpelijk omdat sterke zakenbanken zwakke spaarbanken kunnen steunen. Maar tegelijkertijd blijft het risico bestaan dat de zakenbanken de spaarbanken mee naar beneden trekken als het niet goed gaat, zoals in de laatste crisis het geval was. Niets geleerd dus.

Ook de praktijk van de forse bonussen is weer geheel terug. Kennelijk is het feit dat de belastingbetaler voor de lasten moest opdraaien geen reden voor de veroorzakers van die ellende om zich wat bescheidener op te stellen. Reden waarom overheden gedwongen worden in te grijpen waar dat kan. In Frankrijk heeft Sarkozy zich zo boos gemaakt dat daar nu een plafond wordt vastgesteld. Maar of het helpt is de vraag want bij sommige banken heeft men de salarissen al vast flink opgetrokken als compensatie van lagere bonussen. Kortom de graaicultuur bestaat nog zoals voorheen. Schaamte bestaat niet in die kringen. Niets geleerd dus.

Resteert de vraag naar het aantrekken van de economie.
Als we zien dat in verschillende landen waaronder Frankrijk, Duitsland en China de economische groei iets aantrekt en dat hier en daar ook het consumentenvertrouwen toeneemt, zou men hoopvol gestemd kunnen zijn. Maar de vraag is of hier geen sprake is van kunstmatige groei, niet veroorzaakt door normale marktontwikkeling maar door de overheid gestimuleerde vraag. Als de autoverkopen in de VS en in Duitsland fors stijgen door de slooppremie, wordt de vraag kunstmatig naar voren getrokken. In de VS is de subsidie nu op en de vraag is gerechtigd of dat niet betekent dat er geen vraag meer over is en er dus een geweldige daling in de autoverkopen zal plaatsvinden in het komende jaar. Hetzelfde geldt voor Duitsland. En daarvan zullen Japan en Nederland dus ook het effect voelen.
Zeker is dat de werkloosheid in vele landen nog zal oplopen. Dat geldt zeker voor Nederland, maar wanneer bedacht wordt dat de recessie in Duitsland zich ook zal vertalen in een crisis in het midden- en kleinbedrijf in het komende jaar, dan is de verwachting voor een afnemende werkloosheid vooral wishful thinking.

De overheden in vele landen zitten inmiddels met grote tekorten en oplopende schulden. Die zullen eens moeten worden teruggedraaid. Dat kan niet in één jaar, maar het moet wel in een jaar of vier wil je een regering serieus nemen. De aanstaande verkiezingen in Duitsland hebben al tot onhaalbare beloften geleid, wat betekent dat de teleurstelling na de verkiezingen groot zal zijn. Als de banken zich dan ook nog blijven gedragen zoals ze doen, lijkt sociale onrust bijna onvermijdelijk en dat – in een klimaat van toenemende werkloosheid – kan een gevaarlijke situatie opleveren. Dat geldt niet alleen voor Duitsland maar ook voor Nederland. Politieke radicalisering ligt dan voor de hand.

Met andere woorden, er is weinig aanleiding tot optimisme, eerder op een onvoorspelbare situatie waarbij de nasleep van de crisis wel eens heftiger zou kunnen uitpakken dan we nu voorzien.