Schaduw van Pius XII in Romeinse synagoge
Frans Wijnands   
dinsdag 19 januari 2010


Van een paus in een synagoge kijkt vandaag de dag niemand meer op. Niet dat Benedictus XVI en zijn voorganger Johannes Paulus II er kind aan huis zijn of waren, maar ze bezochten meerdere malen joodse gebedshuizen en hebben - samen met hun joodse gastheren - gebeden en de vrome wensen uitgewisseld dat het ooit nog goed mag komen tussen joden en christenen. Dat het broeders zullen zijn in de ware zin van dat woord, zoals paus Johannes Paulus II zei, toen hij in 1994 de Grote Synagoge in Rome bezocht. Het imposante gebouw ligt aan de Tiber, in het hart van wat eeuwenlang het getto was. Ooit ingesteld door een paus notabene: Paulus VI, in 1555. Niet zozeer uit venijnig anti-semitisme of racisme, maar uit vrees dat de joden hun geloof over de (roomse) Heilige Stad zouden verspreiden als ze zich te vrij konden bewegen. Dus kregen ze hun eigen, maar wèl ommuurde wijk op de toen nogal drassige Tiber-oever. Religieuze discriminatie, dat wel.
Bovendien werden ze verplicht eens in de week naar een katholieke kerk te gaan om naar de preken van roomse zieltjesjagers te luisteren.
Het verhaal gaat dat een wijze rabbi zijn geloofsgenoten aanraadde dat gehoorzaam te doen - om heibel met het pauselijk gezag te vermijden -, maar dat ze bijenwas of gestold kaarsvet in hun oren moesten stoppen zodat ze niets hoefden te horen van wat vanaf de preekstoel werd verteld. In die synagoge was paus Benedictus XVI afgelopen zondag te gast.

Een bezoek dat bol stond van spanning en nervositeit; vooraf en tijdens. Het bezoek verliep stroef. Natuurlijk waren er vriendelijke woorden over en weer en kreeg de paus tweemaal een staande ovatie, maar de warme hartelijkheid en broederlijkheid die het bezoek van Johannes Paulus II in 1994 zo kenmerkte, dat ontbrak zondag.
Het bezoek was in joodse kringen omstreden. De voorzitter van de Italiaanse rabbijnenraad liet op voorhand weten niet aanwezig te zullen zijn, omdat hij met deze paus weinig heil ziet in verzoeningsgesprekken. Duidelijker kan het niet.

Benedictus XVI vermeed zondag de naam van zijn verre voorganger, paus Pius XII - de oorlogspaus - te noemen. Maar diens posthume schaduw hing als een donker floers, af en toe bijna dreigend in de feestelijk verlichte synagoge.
De voorzitter van de joodse gemeenschap in Rome - die intussen weer ruim 16.000 leden telt - herinnerde in zijn emotionele woord van welkom enkele malen nadrukkelijk aan de oorlog, de Holocaust en de rol van de toenmalige paus die hij wèl met name noemde: 'Pius had wellicht de doodstreinen niet kunnen stoppen. Maar hij had een signaal kunnen afgeven, een woord van extreme troost. Zijn zwijgen doet nog steeds pijn'.
De enige reactie van de paus was een herhaald en oprecht medeleven met wat het joodse volk onder de terreur van het Derde Rijk is aangedaan. Hij voegde eraan toe, dat het Vaticaan wel degelijk hulp heeft geboden aan joden die vervolgd werden, maar 'vaak verborgen en discreet'.

Er is de afgelopen tijd een en ander voorgevallen die de christelijk-joodse contacten niet bepaald bevorderd hebben. En uitgerekend Benedictus XVI heeft voor een groot deel voor die verslechterde relatie gezorgd, ondanks zijn herhaalde oproepen de dialoog tussen joden en christenen gaande te houden. Zo zette hij onlangs een bijna beslissende stap naar de zeer omstreden zaligverklaring van Pius XII door te zeggen dat die 'in heldhaftige deugdzaamheid' heeft geleefd. Dat is groen licht voor de voortgang van het zaligverklaringsproces.
'Alleen God kan over de rol en houding van Pius XII oordelen', was een bij voorbaat verzoeningsgezinde uitspraak van opperrabbijn Riccardo di Segni, maar het gros van de joden - binnen en buiten Israël - denkt daar veel minder mild over. Zij vinden het een schande dat de Rk-kerk een zo omstreden paus zalig, en wie weet in later stadium, zelfs heilig gaat verklaren.
En waarom wachten op het Godsoordeel dat geen mens ooit te weten zal komen? 'Het enige wat de kerk moet doen is de geheime Vaticaanse archieven openen, zodat de waarheid aan het licht komt', is de opvatting van velen die Pius XII wegens zijn zwijgzaamheid in de oorlog allesbehalve zalig vinden.

Maar er was meer. Benedictus XVI herstelde de zogenaamde, uiterst traditionele Latijnse mis, met daarin - met name op Goede Vrijdag - het gebed om de bekering van de joden. En hij deed een verzoeningspoging tot de afgescheiden, extreem-traditionalistische Pius X priesterbroederschap; in 1970 in Zwitserland opgericht door de afvallige bisschop Marcel Lefebvre.
Dat zou nog als een binnenkerkelijk akkefietje kunnen worden afgedaan, ware het niet dat ook bisschop Richard Willliamson deel uitmaakt van die groep. Dat is de man die bij herhaling - en nog steeds ongestraft - de Holocaust ontkent. Dat deze paus, in zijn vrome ijver om de breuk te lijmen, dat tolereert en met zo'n rechtse club aanpapt begrijpen maar heel weinig joden. En zij niet alleen...

Nee, onder het pontificaat van Benedictus XVI zal het tussen joden en christenen niet echt meer boteren. Een schrale troost is dat paus en opperrabbijn het eens waren dat joden en christenen de natuur, danwel het milieu, en de hele Schepping met alle creaturen en schepselen nog meer moeten respecteren en beschermen.
Dat is dan tenminste iets. Maar de joden hadden op iets anders gehoopt bij dit pauselijk bezoek.


Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken