Nieuwe strijdbaarheid in plaats van nostalgie

De Haagse Ekklesia bestond onlangs veertig jaar. Het ontstond als een gezelschap van kerkelijke jongeren die zich in de officië”;le kerken in de jaren zeventig niet langer thuis voelden. In een door nonnen verlaten kloosterkapel (aan de Haagse Prinsengracht) gingen ze hun eigen liturgie vieren, waarbij maatschappelijke en politieke thema’s zouden gaan overheersen.
Het waren de hoogtijdagen van het activistische christendom. Milieu, kernbewapening, nieuwe levensstijl. Een tijd die zinderde van idealen en van demonstraties. Alles moest op de schop.Wat is er veertig jaar na dato van al die betrokkenheid terecht gekomen en is het soms tijd om opnieuw in actie te komen? Dat laatste leek in ieder geval gesuggereerd te worden door de titel van het symposium –” Haagse Lente geheten – dat afgelopen zaterdag in de Lukaskerk werd gehouden.
“Het werd echter vooral een kwestie van terugblikken en soms ook van verbazing over wat het lot is geworden van die ooit zo activistische kerk en dat activistische christendom dat voor velen nu een omstreden bezit is geworden en steeds vaker met argwaan wordt bekeken. Ja, gelovigen worden nu soms openlijk gediscrimineerd omdat ze gelovige idealen hebben. Dat er naast al het onheil waarmee tegenwoordig &lsquo”;religie’ wordt geassocieerd, toch ook hoopvolle impulsen van uit kunnen gaan bleek bij een van de thema’s waarin de contacten tussen moslims en christenen werden geëvalueerd. Hier kwam dan ook een jongere generatie aan het woord. Bij de onderwerpen van veertig jaar terug waren het voornamelijk de zestigers en zeventigers die met een zekere berusting terugkeken op wat hen had bezig gehouden en wat ze hadden bereikt. En dat was niet zo veel, zo lieten ze doorschemeren.

Uitgesproken negatief waren ze over de resultaten van de vredesbeweging, waar de grootste belangstelling naar was uitgegaan. In de jaren zeventig en tachtig werd de stijgende kernbewapening als de grootste bedreiging voor de mensheid beschouwd. De Koude Oorlog boezemde daarentegen geen vrees meer in. Vanuit het Oostblok werd opgeroepen tot vreedzame coëxistentie, de herinneringen aan de Russische invallen in Boedapest en Praag waren vervaagd. Maar de nucleaire bewapeningsrace ging helaas onverdroten door ondanks fraaie afspraken over mensenrechten die Amerikanen en Russen in Helsinki hadden gemaakt. De Duitse bondskanselier Helmut Schmidt meende in 1979 dat West-Europa door opstelling van nieuwe Russische raketten voor het eerst een apart doelwit was geworden. Hij concludeerde dat het afschrikkingsevenwicht verstoord was en dat dit hersteld moest worden door eigen raketten. De politieke schade zou groot zijn als het nieuwe afschrikkingsgat niet gedicht zou worden. In Europa zouden we dan meer dan voorheen moeten dansen naar het pijpen van de Russen. De handelingsvrijheid van de West-Europeanen zou kleiner worden. Installatie van de nieuwe Amerikaanse middellangeafstandsraketten was dus nodig en diende op de eerste plaats een politiek doel.

Maar zo werd het toen bepaald niet begrepen door de tegenstanders van dit besluit. Voor de vredesbeweging, in de eerste plaats het IKV, was dit het sein om massaal tegen deze nieuwe bewapeningsronde in actie te komen. Mient-Jan Faber lanceerde de leus ‘Alle kernwapens de wereld uit, te beginnen uit Nederland’. Het werd een ongekend succes. Twee grote demonstraties in Amsterdam telden bij elkaar wel een half miljoen demonstranten. Ook de aanwezigen in de Haagse Lukaskerk waren daar toen zo goed als allemaal aanwezig, zo bleek uit hun omhoog gestoken handen. De meesten van hen waren dan ook onaangenaam getroffen door een vraaggesprek in het maartnummer van het maandblad Kerk in Den Haag waarin Faber zelf die slogan nu als een vorm van romantiek afdeed. Die kernwapens hadden juist voor stabiliteit gezorgd, aldus Faber. Gorbatsjov en Reagan hadden door een akkoord over die wapens te sluiten voor een afbraak van de wapenwedloop gezorgd, aldus Faber, niet de demonstranten op het Museumplein in Amsterdam.

Ook het vooruitzicht dat Den Haag als stad van vrede en recht volgende het toneel is van een top van politieke leiders die wereldwijd afspraken willen maken tegen verdere verspreiding van gevaarlijk nucleair materiaal kon bij deze oude jongeren nauwelijks op enthousiasme rekenen. Ze wezen op het enorme bewapeningscircus dat rond de top is opgetrokken en ‘oorlogen die nog steeds aan ons verkocht worden om ons een gevoel van veiligheid te geven’. Dat die nucleaire top wel degelijk een bijdrage kan leveren aan een veiliger wereld doordat terroristen de mogelijkheid wordt ontnomen zich van nucleair materiaal meester te maken, ging er bij de aanwezigen niet in.

Maar de organisatie van dit Ekklesiajubileum moet lof worden toegezwaaid, want ze liet ook een jongere aan het woord die het niet ontbrak aan strijdbaarheid en de moed had de aanwezigen op nieuwe, positieve feiten te wijzen. Getuigde het eigenlijk destijds niet veeleer van cynisme om liever een Rus in je keuken toe te laten dan een raket in je tuin te plaatsen? En hadden wij ook in Srebrenica niet het verschil kunnen maken zodat daar niet achtduizend moslims om het leven zouden zijn gekomen. De spreker, Cees van der Laan, in het dagelijks leven hoofdredacteur van dagblad Trouw, was duidelijk niet gecharmeerd van het pacifisme in de zaal en haalde er de in bloed gedrenkte ontstaansgeschiedenis van zijn eigen krant bij om een nieuwe strijdbaarheid te bepleiten. Kun je er vrede mee hebben dat in de Oekraïne de Russen hun gang kunnen gaan?
Daar kwam vanuit de zaal weinig respons op. Streef doelen naar die je kunt realiseren, raadde hij de aanwezigen aan, en hij wees op de strijd van IKV en Pax Christi tegen het gebruik van clusterbommen, die heel succesvol is verlopen maar jammer genoeg weinig aandacht heeft gekregen. Zo had Van der Laan meer voorbeelden van positieve feiten. In Afrikaanse landen verbouwen ze nu bonen en andere groenten die wij consumeren. Vroeger waren de mensen daar werkloos en voerden ze oorlog. Voor het milieu zag hij met in Nederland geproduceerde elektrische auto’”s gunstige vooruitzichten. En zelfs aan het optreden van Wilders kon hij enkele positieve trekken ontdekken. Hoe moeten we omgaan met de vele migranten die tegenwoordig onder ons wonen? Hoe kunnen ze integreren? Daar gaat nu juist het debat over. Dat zal ertoe leiden dat we toewerken aan een nieuwe, maar enigszins veranderde Nederlandse identiteit.
Zo verzandde dit symposium niet in louter nostalgie en frustratie. Voor somberheid alleen is in elk geval geen reden.

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone