Nog een keer schitterde Heldring

Onlangs was ik in de gelegenheid alsnog het aardige boekje te lezen dat oud-columnist Jerôme Heldring van NRC Handelsblad vorig jaar kort voor zijn overlijden redigeerde. De laatste jaren was hij als columnist wel erg vaak in herhalingen vervallen. Hij was duidelijk klaar met schrijven. Dat hij een ongemeen brede interesse had bleek me nog eens toen ik de bundels opsloeg die hij uit zijn journalistieke werk heeft samengesteld. Ik wist niet van ophouden. In de jaren tachtig reageerde hij vrij geregeld op mijn eigen stukken.

“Ik was toen redacteur geestelijk leven van het in 1992 ter ziele gegane dagblad Het Binnenhof. Als vrijzinnig, of liever niet-gelovige protestant – dat laatste vond hij een zeer wel te verdedigen positie – becommentarieerde hij met een bijzondere gretigheid kerkelijke ontwikkelingen en religieuze zaken. In Het Binnenhof vond hij wat dat betreft duidelijk wat hij zocht.

Nu bijna een jaar geleden overleed hij op 95-jarige leeftijd. In de laatste tekst die kort voor zijn dood verscheen onder de titel ‘Het Gesprek’ schittert hij nog eenmaal, zo bleek me. De aanleiding werd hem in de schoot geworpen door zijn vriend en vroegere hoofdredacteur André Spoor. Die had hem naar aanleiding van een boek waarin de voormalige Duitse bondskanselier Schmidt samen met de historicus Fritz Stern terugblikte op de twintigste eeuw voorgesteld hetzelfde te doen. En zo voerden Spoor en Heldring in 2012 vier lange gesprekken, weliswaar met die belangrijke beperking dat zij beiden slechts waarnemer waren geweest, terwijl Schmidt een belangrijke politiek rol speelde op het wereldtoneel. De reeks werd afgebroken door het plotselinge overlijden van Spoor in september 2012. Daardoor kon alleen Heldring als eindredacteur van de gesprekken optreden en de reeks afsluiten. Ze praten achtereenvolgens over de Koude Oorlog, de dekolonisatie van Nederlands Indië, over Europa en de globalisering. Ook het geloof komt, voornamelijk door toedoen van Heldring, menigmaal ter sprake.

Spoor was vanaf de jaren zestig correspondent in Bonn, Washington, New York en Wenen. Hij maakte van de fusie van de Rotterdamse NRC en het Amsterdamse Algemeen Handelsblad een succes door zich te baseren op het format van de Amerikaanse Herald Tribune. De rol van de journalist duidde hij destijds aan als die van de Verheven Boodschapper. Het moet gezegd dat het woordgebruik dat Spoor in de gesprekken met Heldring hanteert daar niet aan bijdraagt. Hij is nogal eens rauw in de mond. Woorden als belazerd, rotzooi ed. neemt hij al te gemakkelijk in de mond. Heldring is veel minder vaak buitengaats geweest, maar is opnieuw de getrainde en gedisciplineerde waarnemer op een breed terrein. Hij verontschuldigde zich in het verleden nogal eens voor het feit dat hij nooit tot samenvattende conclusies kwam. Hij wilde analyseren en daar had zijn vermogen voor synthese onder geleden. Maar in de gesprekken met Spoor blijkt dat talent voor synthese zich alsnog te manifesteren.

Terwijl Spoor veel bekende feiten uit de lange periode waarin beiden journalistiek actief waren, nog eens herhaalt (en niet altijd even correct vermeldt), en daarbij vooral ook zijn eigen rol niet over het hoofd ziet, neemt Heldring de kans waar nog eens een keer over belangrijke ontwikkelingen de quintessens weer te geven. Een historicus die niet tegelijkertijd een actief betrokken waarnemer is geweest, zou waarschijnlijk nooit zo helder en kernachtig ontwikkelingen hebben kunnen samenvatten. Een goed voorbeeld is zijn kijk op de Amerikaanse politiek in de Koude Oorlog. Vrijwel steeds was deze volgens Heldring ingegeven door zeer idealistische opvattingen. Eisenhower en Kennedy, maar voor hen ook ook Wilson, gaven daar blijk van. Eisenhower sprak over een kruistocht voor Europa, en Kennedy wilde de wereld ‘safe for democracy’maken. Heldring verklaart die houding uit het feit dat de Amerikanen voor ’45 nauwelijks ervaring hadden met internationale politiek. Zij waren immers in de negentiende eeuw en een fors deel van de twintigste eeuw isolationisten geweest. Het was volgens Heldring voldoende geweest als zij zich aan het recept van de Amerikaanse diplomaat George Kennan hadden gehouden, die als bedenker van de Amerikaanse indammingspolitiek de Sovjet-Unie zo min mogelijk speelruimte wilde geven. Alleen Nixon en in zijn gevolg Kissinger waren volgens Heldring realistischer en bereikten daardoor veel meer.

Heldring was altijd zeer sceptisch over de Europese eenwording. De economische unie moet om te kunnen slagen gecompleteerd worden door een politieke. Maar het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat dit zal gebeuren, zo voorzag hij. Deze scepsis ten aanzien van de Europese eenwording deelde hij met de Franse filosoof en journalist Raymond Aron, een man die hij als commentator zeer bewonderde en ook een voorbeeld voor hem was. Maar zich daarmee vergelijken vond hij ongepast, zoals hij mij ooit vertelde. In wezen was Heldring een zeer bescheiden man. Hij maakte zich niet groter dan hij was. Hij noemde zich altijd een dilettant. Zijn kracht was om ongegeneerd ongemakkelijke en ongewenste vragen te stellen. Dat moest het zelf nadenken bij zijn lezers bevorderen. Maar hij bleek een groot talent te hebben om zaken in perspectief te zien. Het is jammer dat niemand op het idee is gekomen hem op een meer systematische wijze te ondervragen. Maar in dit gesprek met Spoor gebeurt dat toch enigszins. En Heldring komt daardoor alsnog beter tot zijn recht.

Onze Eeuw – J.L. Heldring en André Spoor in gesprek. Uitgave Van Oorschot.

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone