Cultuur bepaalt de strijd tegen Corona

 

Cultuur bepaalt de maatregelen die worden genomen tegen de Corona pandemie. En dat kan niet anders. Iedereen die beweert dat wij moeten doen wat Frankrijk doet of China, begrijpt niet hoe het werkt.

Dat moet ik uitleggen.

Ik begin met Frankrijk. Een land dat geleid wordt door een president met veel macht. Een land met een traditionele sterk hiërarchische bestuursstructuur, die in de aard van de Fransen is gaan zitten. Kijk maar: Parijs, de zetel van de macht, ligt centraal in de wegenstructuur van het land. Vandaar die verschrikkelijke rondwegen rond de hoofdstad, waar je bijna altijd langs moet op weg naar het zuiden. Idem dito voor treinen en vliegtuigen. Maar ook op micro niveau is die hiërarchie in de ziel van de Fransen gaan zitten.

Ik ervaar dat als de bezitter van een huis in Frankrijk. Na een goed gesprek met een nieuwe tuinman – eindelijk een vakman gevonden! – ga ik vol vertrouwen naar Nederland omdat we duidelijke afspraken hebben gemaakt. Hij krijgt de vrije hand, want hij is de vakman. Kom ik een maand later terug, dan is er niets gebeurd. Vraag ik hem hoe dat zit, dan legt hij uit dat er allerlei redenen waren waarom hij niet heeft gedaan wat ik dacht, voornamelijk zieke familieleden, hoofdpijn, regen, officiële vrije dagen en zo meer. Langzamerhand begint het mij te dagen: Fransen kunnen geen eigen initiatief nemen. Zij hebben een baas nodig die het liefst streng optreedt. Je ziet dat ook in de relatie tussen werkgevers en vakbonden. Die overleggen of onderhandelen niet. Die vechten. Desnoods ten laste van het bedrijf waar het over gaat. Zie Air France.

Conclusie: de strijd tegen het Corona virus kan in Frankrijk alleen van boven af worden opgelegd. Verder lezen

Het solidariteitspercentage

 

Vijftig procent van de mensen op de intensive care is onder de vijftig jaar, lees ik. De helft. Evenveel dus boven de vijftig jaar. Ik ben boven de tachtig, dus de kans dat ik op de intensive care terecht kom is misschien dertig procent. Dat is mooi – dacht ik in een opwelling. Tot nu toe begreep ik dat bijna iedereen oud en zeer oud was die op de ic terecht komt.

Die opwelling was wat ik in mijn vorige column een primitieve reflex noemde. Een onderbuik reactie, zonder de correctie door het gezonde verstand of een moreel oordeel. Ook een egoïstische reactie waarbij ik alleen aan mijzelf denk.

Het valt enigszins te vergelijken met het ontduiken van belasting. Ook egoïstisch, want wie belastingen ontduikt tot eigen gerief, zorgt voor minder opbrengst voor de staatskas, waardoor anderen dus meer moeten betalen om dezelfde inkomsten voor de staat te bereiken.

En hamsteren. Een primitieve reflex van de holenmens die met een berg voedsel in zijn hol kruipt in afwachting van het verdwijnen van de vijand. Een beschaafd mens, dus iemand die zijn verstand gebruikt of een moreel oordeel heeft,  begrijpt dat hij beter samen kan werken met anderen om de vijand te verslaan.

Het probleem is dat als mensen in de stad – die dus gemakkelijk bij een winkel kunnen komen – veel meer voedsel inslaan dan zij voor een aantal  dagen nodig hebben, de kans bestaat dat anderen hun portie voor diezelfde dag mislopen. Niet omdat er geen voedsel is, maar omdat de aanvoer problemen oploopt, zeker als het aantal zieke chauffeurs  groter wordt. In het ergste geval kunnen mensen een of twee dagen hun buikje niet vol krijgen, terwijl anderen alleen de keuken in kunnen door over de voorraad heen te klimmen.

De Koning en de Koningin en ook premier Rutte hebben ons een boodschap gestuurd waarin de solidariteit centraal staat. Dat betekent zo veel als voor elkaar zorgen. ‘Het gezamenlijke belang gaat boven het eigen belang,’ aldus Mark Rutte. Zij danken alle mensen die solidair zijn, zoals zorgverleners en anderen die de maatschappij draaiende houden. Terecht. Maar hoeveel zijn niet solidair? Ongeveer hetzelfde percentage als het aantal vijftigers en jonger die op de ic terecht komen? Gezien de lege schappen schat ik meer. De vraag is: hoe kweek je gezond verstand? De centrale vraag in iedere democratie.

Wat sterker is dan het virus

  

Het virus drijft ons uit elkaar. Niet meer dan wat genetisch materiaal in een jasje van eiwit dat een cel kaapt. Dit soort niksige flufjes vervullen mij met eerbied en angst. Het ontregelt mijn bestaan en dat van mijn medemensen. Mensen die gek worden als ze langere tijd gedwongen alleen zijn, opgesloten in zichzelf. Want de mens is nu eenmaal een kuddedier.

Maar het bedreigt ons niet alleen geestelijk, ook fysiek. Want wij hebben elkaar nodig om voedsel te produceren. We hebben dokters, verplegers en ziekhuizen nodig om het virus te bedwingen, wetenschappers om een vaccin te ontwikkelen. En natuurlijk politiemensen om te zorgen dat wij in onze gekheid elkaar de hersens niet inslaan. Maar zolang er geen vaccin bestaat sterft het virus alleen door mensen te scheiden.
De paradox is dus dat wij in onze eenzaamheid, die in strijd is met onze menselijkheid, de mensheid kunnen redden van een potentieel dodelijk virus. Tot in het absurde doorgevoerd: door in eenzaamheid gek te worden en ons uit te hongeren redden wij de mensheid. Verder lezen

Drastische oplossingen

 

Nederland telt 40.000 daklozen. Twee keer zo veel als tien jaar geleden. En iedere dakloze heeft natuurlijk zijn eigen verhaal, waarin veel botte pech voorkomt en dubbeltjes die net de verkeerde kant opvielen. Maar er zijn ook trends en maatschappelijke ontwikkelingen die er voor zorgen dat mensen dakloos worden. Of blijven. Het tekort aan betaalbare woningen, bijvoorbeeld.

 

Dus moeten er meer woningen worden gebouwd. Maar als die woningen vervolgens in particulier bezit komen en al die grotere en kleinere vastgoedspeculanten, huisjesmelkers en airbnb-egoïsten zich er meester van maken, zijn we geen stap opgeschoten. Er zijn ‘ondernemers’ die nieuwe appartementen in onze binnensteden opkopen – met zo’n lekkere laag rentende en zwaar door de overheid gesubsidieerde hypotheek – om die vervolgens via airbnb lucratief te verhuren aan toeristen. Er zijn speculanten die nieuwe woningen opkopen en meteen weer in de verkoop doen voor veel hogere prijzen. Zodat de volgende koper alleen wil verhuren aan grif betalende expats. En zo zíjn graantje meepikt van de overspannen woningmarkt.

Er zijn mensen die rijk zijn geworden van de overwaarde van hun eerste huis, een volgend huis kopen en daar vier of vijf huurders in uitbuiten. Of tien Polen, dan word je sneller rijk. Maar vervolgens wel bezwaar maken tegen nieuwbouwplannen op een groenstrookje ergens bij hen in de buurt. Wie heeft toch in godsnaam ooit bedacht om de erfpacht af te schaffen? Daarmee kon de gemeente tenminste nog een deel van de meerwaarde van het eigen huizenbezit afromen.

 

Al dit gedrag drijft de prijzen van woningen alleen maar verder op. En daarmee raakt de betaalbare woning voor een dakloze steeds verder uit beeld. Dus huizen bijbouwen moet, maar dan alleen huizen die worden verhuurd aan de bewoners, of desnoods verkocht, maar ook dan uitsluitend voor eigen bewoning. En als het gaat om koopwoningen, graag binnen een systeem van erfpacht. Zodat de gemeente die veel geld stopt in het opknappen van een buurt, ook wat terugziet van die investering en niet alleen huisjesmelkers en vastgoedboeren goed boeren.

 

Marieke Bolle

 

Sterven in Duitsland is niet makkelijk

 

De Duitse worsteling met het verleden houdt niet op en dat is maar goed ook; het onzegbare mag niet worden verzwegen. Nooit. Maar soms leidt die fixatie tot verkrampte toestanden, zoals het taboe op euthanasie.

 

Dat woord betekent, zoals bekend, goede dood, en zo wordt het in ons land ook opgevat. Leve Nederland. Maar in Duitsland is dat verbonden met de beelden van gehandicapten en geesteszieken, die door de nazi´s werden afgeslacht. Nie wieder. En dus ook geen euthanasie voor terminaal zieken, hoewel dat woord in de hedendaagse contekst niet wordt gebruikt. In plaats daarvan spreekt men over Sterbehilfe, hulp bij het sterven. En die is verboden.

Volgens wetgeving uit 2015 mogen verenigingen die zich hiervoor inzetten geen activiteiten ontplooien, en artsen mogen geen hulp bieden aan patiënten die een eind aan hun lijden willen maken. Een vrouwelijke Nederlandse verpleeghuisarts die in Berlijn werkte, waarschuwde mij al eens: `Als je doodziek wordt, ga terug naar Nederland, want hier houden ze je in leven, tot elke prijs, hoezeer je ook lijdt.´ Alle fraaie woorden over palliatieve zorg ten spijt, zij kon het niet aanzien. Verder lezen