Nederlands

 

Behalve mijn gezin heb ik in mijn leven niet veel verdedigd. Misschien past zoiets bij een migrant, de filosofie van ‘het zal wel’, een van mijn favoriete formuleringen in het Nederlands. Taal, vrienden, werk en land heb ik achtergelaten, wat nog verdedigen?

En toch, het leven verrast voortdurend. En over mijn laatste verrassing wil ik hier vertellen.

Ik zat onlangs in de trein van Amsterdam naar Den Haag, zoals zo vaak. En zoals zo vaak zat ik op mijn laptop te werken. Woensdagmiddag rond drie uur is de trein bijna leeg. Vanuit een ooghoek zag ik een jong stel binnenkomen. Schoonheid en lelijkheid vallen op; ik zag meteen dat zij knap waren. En Nederlands.

Nadat ze voor me waren gaan zitten, lukte het typen niet meer, ineens was het alsof ik op een bootje op de oceaan zat. De jonge goden voor mij zaten op elkaar, niet naast elkaar, en waren nogal wild. Even heb ik me afgevraagd of ik het woord ‘droogneuken’ hier wel mag gebruiken, maar dat is wat zij aan het doen waren. Ik twijfel eigenlijk alleen over het woorddeel ‘droog’. Met gêne zei ik dat ik het nogal onbeschoft vond en dat ik door hun geneuk niet kon typen. Het tweede deel begrepen ze, het eerste deel, mijn mening, begrepen ze niet. Waarom ik me met hen bemoeide, was hun reactie. Ja, waarom? “Misschien zit je in een verkeerde trein en in een verkeerd land,” zei de jongen, terwijl het speeksel van zijn vriendin uit zijn mondhoeken drupte.

Het eerste deel begreep ik ook, maar het tweede, o, het tweede niet, vandaag nog steeds niet, lieve mensen. Want bij het horen van ‘verkeerd land’ begon mijn zigeunerbloed te koken. En ja, vervolgens ben ik tekeergegaan. Uit mijn dak. Ik ontplofte en deed zoals ik nog nooit in het openbaar had gedaan. Ik hoor mezelf nog steeds! Ik trilde van woede en schreeuwde als een gek. Ja, u kunt van mij denken wat u wilt, maar: het was de eerste keer in veertien jaar in Nederland dat ik mijn nieuwe identiteit verdedigde. Ik verdedigde het Nederlands-zijn, mijn recht om hier te zijn. Ja, in het openbaar, dat is pas verdedigen. Ja, tegen twee Nederlanders die het argument gebruikten dat ik hier niets te zoeken zou hebben. Waarop ze zich baseerden? Mijn uiterlijk, mijn accent. Mijn temperament, misschien. Want ze noemden me gek en vertrokken naar een andere wagon.

Goed. En goed van mij. Ik kon eigenlijk wel huilen! Maar ik heb niet gehuild. Het leven was vorig jaar moeilijk en de naweeën duren langer dan ik had verwacht, maar ik ben hier en ik ben niet van plan om weg te gaan! Niet eens uit mijn wagon. Ik ben Nederlands.

 

Mira Feticu

 

De groeten

Groeten doe je bekenden, als je ze tegenkomt. Dat is logisch en goed, en dat doet iedereen overal. Ter wereld, vermoed ik. De enigen die daar wel eens de fout mee ingaan, zijn mensen die slecht zien of hun bril niet op hebben, en die vergeven we. Toch? Interessanter in deze categorie groeten zijn de mensen die elkaar níet groeten: buren die ruzie met elkaar hebben, familieleden die ‘gebrouilleerd’ zijn. Brouille is een mooi ‘Couperus’-woord voor ruzie. Zijn Kleine Zielen zijn niet voor niets ‘klein’: ze hebben brouilles met diegenen die niet voldoen aan hun morele standaard. Couperus zelf wist hoe het werkte: hij wist dat hij homoseksueel was en trouwde met een mevrouw. Voor de buitenwereld.

 

Maar groeten houdt niet op bij bekenden. Motorrijders groeten elkaar- solidariteit, groepsgevoel. Hardlopers groetten elkaar, toen er nog niet zo veel waren. Bij mijn rondje over twee bruggen in Rotterdam – Erasmusbrug en Willemsbrug- groet ik bijna niemand meer: ik kan wel aan de gang blijven. Bovendien groeten er te veel niet terug. Daar groet je pas als je elkaar voor de tweede keer tegemoet loopt.

 

Waar we elkaar ook groeten: wandelend in de natuur. Zodra je de bebouwde kom uitloopt en het natuurgebied in, groet je elkaar. En dat heeft wel wat: vertrouwen, solidariteit. Zodra je het duinpad weer uitloopt is dat ook voorbij, trouwens. Maar grappig: fietsers groet je dan weer niet op dat natuurpad. Waarom niet? Geen idee. Wij wandelaars solidariseren met elkaar. In Drenthe, waar ik regelmatig uit wandelen en fietsen ga, groeten fietsers elkaar ook. Buiten de bebouwde kom wel te verstaan, daarbinnen niet.

 

Ik ben vóór méér groeten: we drukken er vertrouwen en solidariteit mee uit. Niet voor niets – die was ik nog vergeten – groeten we als we elkaar in donkere steegjes tegenkomen.

 

Marieke Bolle

Verbazing over Nikkie  

 

Je valt in deze communicatiezwangere wereld niet meer zo snel ten prooi aan opperste verbazing. Ik zal wellicht een paar afslagen hebben  gemist, maar de kwestie rond ene Nikkie de Jager deed mij de afgelopen week toch nogal heftig van de ene verbazing in de andere vallen. Die verwondering heeft enerzijds te maken met het feit dat het anno 2020 kennelijk nog mogelijk is iemand te chanteren met een achtergrond als transgender. Natuurlijk wordt er in een groot deel van de wereld nog heel anders gedacht over homofilie en transgenderschap, maar dat je met een afwijkende geaardheid nu nog gechanteerd kan worden, is onbegrijpelijk.

Toch is de 25-jarige Nikkie om  die reden in ieder geval eerder ‘uit de kast’ gekomen  dan haar bedoeling was. Wanneer ze dan wel van plan was haar veel eerdere en inmiddels volledig  gerealiseerde transformatie bekend te maken, is niet duidelijk geworden.

Nog verbazingwekkender is het feit dat de ‘coming-out’ over vrijwel de hele wereld zo ontzaglijk veel aandacht heeft gekregen. Natuurlijk ging het los op de sociale media, maar ook andere nieuwsbrengers, inclusief als zeer serieus te boek staande kranten, besteedden opmerkelijk veel aandacht aan het fenomeen Nikkie. Zij vraagt niet wereldwijd aandacht voor armoede, het klimaat, vluchtelingen, tienermoeders of enig ander groot sociaal probleem. Nee, Nikkie de Jager, is een make-upartieste, die op You-Tube vooral vrouwen en meisjes laat zien hoe je je gezicht prachtig kan beschilderen. En dan doet ze kennelijk buitengewoon goed, want ze heeft  op You-Tube bijna 13 miljoen volgers. En haar coming-out-video werd maar liefst 24 miljoen keer bekeken.

Het behoeft geen betoog dat ze van die activiteiten behoorlijk rijk is geworden. Daar is niets tegen. En het hoeft ook geen negatief teken te zijn van het huidige tijdsbeeld. Maar het betekent wel dat zich via de sociale media steeds meer een aparte wereld ontwikkelt, waarin wereldwijde en overheersende aandacht voor grote humanitaire vraagstukken naar de achtergrond verdwijnt.

Hiep hiep hoera voor Bill Gates  

 

Meestal erger ik me groen en geel aan providers, zoals ze genoemd worden. KPN was een ramp, vandaar Xs4all. Google steelt al je data, daarom Firefox. En natuurlijk Duck duck go als zoekmachine.

Microsoft is pure geldklopperij, dus dan maar een illegale versie.

 

Maar wat Microsoft betreft herzie ik mijn mening. Twee dagen geleden kreeg ik een bloedstollende waarschuwing dat Windows 7 met onmiddellijke ingang niet meer werd ondersteund. Ik diende direct Windows 10 aan te schaffen, anders zou ik worden overstelpt met virussen en malware.

 

Nu vond ik die melding al best sympathiek. Want Bill Gates weet heel goed dat ik een illegale versie heb. Dat meldt hij me namelijk tweemaal per jaar. Ik schrik dan even en ben bang dat ik word afgesloten of zelfs een boete krijg. Maar nee, hoor, er gebeurt niets en Bill en ik gaan beiden over tot de orde van de dag.

 

Ik internet nu al twee dagen onbeschermd en kijk angstig of de boeven al hebben toegeslagen. Niks daarvan. Sterker nog: wat verschijnt er opeens op mijn scherm: “Update 1 van 4 wordt geïnstalleerd”. En daaronder: “Schakel uw computer niet uit”.

 

Daar heb je dus mijn goede oude vriend Bill weer! Hij is me niet vergeten. Goedmoedig brengt hij, zelfs ná doomsday, nog een pleistertje aan op mijn krakkemikkig systeem. Al ben ik illegaal, dat maakt hem persoonlijk niets uit. Je stelt je leven in dienst van de liefdadigheid, of je doet het niet.

Kortom, één hoeraatje voor Bill.

 

Zelfs Bishop Auckland  

 

Wie het laatste boek van Jane Gardam heeft gelezen (Op de klippen) kent Bishop Auckland een beetje. Een mijnwerkersstadje in Durham, in het Noordoosten van Engeland. Lydia komt er vandaan, de meid van de familie Marsh en vertrouweling van de 8-jarige Margaret. Bishop Auckland stemt al sinds 1912 op Labour, ook toen de mijnen dichtgingen.

En ja hoor, nu stemt men daar Conservative. Met een grote meerderheid van ruim 8000 stemmen won ene Dehenna Danison. Zij versloeg Helen Goodman, die in 2017 nog met een voorsprong van 502 stemmen de Lagerhuiszetel in de wacht had gesleept.

 

Het tekent de enorme verschuiving in de Britse politiek. De vraag is hoe Boris Johnson ermee omgaat. De eerste signalen zijn bemoedigend. Hij erkende direct dat de overlopers van Labour deze keer hun stem aan hem slechts hadden ‘geleend’ en beloofde hun vertrouwen waar te maken. Hij kondigde grootscheepse investeringen aan in de Nationale Gezondheidszorg, altijd het paradepaard van Labour. En, die lichtelijk xenofobe ex-mijnwerkers in Durham vinden het afscheid van Europa natuurlijk prima.

 

Johnson spiegelt zich in veel zaken aan zijn grote held Winston Churchill. Hij imiteert hem zelfs in mimiek en intonatie. Churchill was van nature een behoudend politicus. Maar op binnenlands terrein soms verrassend progressief. Hij keerde zich fel tegen bezuinigingen op de gewone man en verliet om die reden zelfs zijn politieke partij. Dat past bij een aristocraat van het platteland à la Downton Abbey. Hij zou ongetwijfeld geen medestander zijn geweest van Margaret Thatcher met haar harde lijn van: armoede is je eigen schuld en als je maar wil, kom je er wel.

 

Gaat Boris Johnson de lijn van Thatcher volgen of meer handelen in de geest van Chruchill? Als hij slim is het laatste. Dan kan hij de wankele en verdeelde Labour partij voor lange tijd uitschakelen.