Eindelijk groen licht voor Berlijns rampvliegveld

 

Beter laat dan nooit: na 9 jaar vertraging wordt de nieuwe luchthaven van Berlijn op 31 oktober dan toch werkelijk geopend. Drie keer zo duur als gepland, namelijk meer dan 7 miljard, en nu alweer te klein. Er moet meteen geld bij. De grappen over het rampvliegveld zijn niet te tellen. Vooral in de rest van Duitsland bescheurt men zich over het gesukkel in de hoofdstad en ook de Berlijners zelf zijn er als de kippen bij om af te geven op het bestuur, dat zich bij grote projecten altijd feilloos in de nesten weet te werken.

De lijst omvatte meer dan duizend gebreken: van te korte roltrappen tot miskleunen van het management, smeergeld en vriendjespolitiek bij het verlenen van opdrachten, een leidinggevende constructeur die gewoon technisch tekenaar bleek te zijn, kabels die niet deugden, haperende bagage-afhandeling. En vooral problemen met de brandveiligheid, zoals schroeven en bouten die konden smelten bij brand, automatische deuren die in geval van nood niet opengingen en weigerende sprinklerinstallaties.

De `Pannenflughafen´wordt het genoemd, hoewel het vliegveld officieel Willy Brandt heet, maar die naam is bij de Berlijners nooit ingeburgerd. Verder lezen

Eigen verantwoordelijkheid?

 

Eigen verantwoordelijkheid werkt dus niet. Zoveel is wel duidelijk geworden nadat een tweede golf van het corona-virus ons land heeft overspoeld. Het was een dappere poging van premier Rutte om via die weg het wereldwijde virus te lijf te gaan. Want hoewel ook in andere landen het aantal besmettingen weer fors oploopt, mag de situatie in ons land als ‘zeer ernstig’ worden bestempeld. Het moet voor een premier die heilig gelooft in het gezonde verstand van het individu een hard gelag zijn. Het leek bijna te lukken nadat de uitbraak ruim acht maanden geleden tegemoet was getreden met een ‘intelligente lockdown’. De besmettingscijfers gingen omlaag en er ontwikkelde zich een zekere euforie. Het staat achteraf wel vast dat het kabinet de teugels te  vroeg heeft laten vieren. Al vrij snel in de zomer gingen de besmettingen weer omhoog. En vervolgens was het kabinet te laat met het nemen van nieuwe maatregelen.

Dat is verwijtbaar, maar wel begrijpelijk. Corona is een onzichtbare vijand, die wereldwijd heftig en verrassend om zich heen slaat. In ordentelijke democratische landen heeft niemand de wijsheid in pacht. Toch zijn er ook buiten een slechte timing behoorlijk forse fouten gemaakt door het kabinet. Het testbeleid is onvoldoende geweest en is nog altijd niet op orde. De met veel geruis benoemde speciale gezant voor het testen is geruisloos verdwenen. En het eindeloze gezeur over de mondkapjes heeft tot veel te veel verwarring en waarschijnlijk ook schade geleid. En nog altijd wordt bij elke discussie over de mondkapjes door autoriteiten fijntjes toegevoegd dat het nut geenszins bewezen is. Of de Nederlandse volksaard ermee te maken heeft, weet ik niet. Ik hou niet zo van het wijzen op de landsaard van het individu. De felheid van het verzet tegen de maatregelen is in ons land wel ongewoon heftig en ook verwerpelijk. Dit soort protesten maakt het bovendien moeilijker voor weldenkende mensen hun eigen opbouwende kritiek te leveren. Het zou goed zijn de excessen van deze groep hard aan te pakken. Verder lezen

Grenzen aan vrijheid

 

Vrijheid, wie wil dat niet? Het begrip vrijheid heeft voor ons een mooie, nastrevenswaardige betekenis. Wij in Nederland, belijden wij, zijn vrij, en dat is een groot goed. In andere delen van de wereld zijn mensen niet vrij. Hen benijden we niet. En daar hebben we een punt: als je in Syrië of Rusland, China of Belarus hardop kritiek levert – vrijheid van meningsuiting hebben we het dan over – loop je de kans te worden gemarteld, vergiftigd, of in een kamp geïnterneerd. Zo gaat dat hier gelukkig niet.

 

Maar hier, in ons vrije land, in de dagelijkse praktijk, is vrijheid zo langzamerhand verworden tot een egoïstisch en hysterisch begrip. Als we aan vrijheid denken, denken we alleen aan onze eigen onbegrensde vrijheid. Zelden aan die van de ander, zeker niet als die botst met de onze. We willen doen wat we leuk vinden. En we willen het nu. Vrijheid vullen we consumentistisch in. Hier en nu naar eigen inzicht genoten, ongeacht de ander. En wie aan onze vrijheid in de weg staat, kan een grove bejegening verwachten. We worden er geen betere mensen van.

 

Zo zijn er nog steeds mensen die Sinterklaas willen vieren mét Zwarte Piet – alsof kinderen trouwens ook maar één gedachte wijden aan Piet, wit, zwart, of niet. En die mensen laten zich er niet door weerhouden dat anderen zich daardoor gekwetst voelen.

Zo zijn er mensen die willen feesten ondanks corona; als ouderen bang zijn ziek te worden. blijven ze toch thuis?

En op internet schrijven mensen alles wat ze denken, zo grof, zo bot, dat anderen zich terecht bedreigd voelen. Vrijheid ten koste van de ander.

 

Maar vrijheid is sociaal: je hebt het samen met en ten opzichte van anderen. Willen we onze vrijheid behouden, kunnen we die beter niet misbruiken.

 

Viva Italia

 

Op Italië is veel aan te merken. Eigenlijk teveel om op te noemen, zeker nu. Maar op één terrein springen ze er duidelijk positief uit: de moderne literatuur. Elke paar maanden verschijnt er wel weer een prachtig geschreven roman. Van Alessandro Barrico tot Paolo Giordano. Van Sandro Veronesi tot – vooruit – Elena Ferrante. En dan laat ik de voortreffelijke politieromans van Camilleri tot Chiara nog buiten beschouwing.

 

Vergelijk dat eens met Frankrijk, het land waar in mijn jeugd de beroemde schrijvers woonden. Verder dan Patrick Modiano en André Makine (maar dat is een halve Rus) kom ik niet. Nee, dan Italië. Ik tel in mijn bescheiden boekenkast 21 na-oorlogse schrijvers. Wat een land! En zonder uitzondering uitstekende stilisten, met aansprekende moderne thema’s. Beter dan de Fransen met hun gewichtigdoenerij en filosofische uitweidingen. Van ‘show, don’t tell’, hebben die nog nooit gehoord. Hun Italiaanse collega’s wel.

 

Net als de Engelsen trouwens. Ian McEwan, Graham Swift en Julian Barnes, zonder twijfel potentiële Nobelprijswinnaars. Met als outsider grand old lady Jane Gardam. Overigens: de Duitsers zijn aan een mooie inhaalrace bezig. En wat te denken van Orhan Pamuk en Murakami? En in de VS Paul Auster en James Salter?

Wat een rijkdom in deze barre Corona tijden.

Ruud Lubbers, een ongrijpbare workaholic

 

Het is alweer 40 jaar geleden dat ik Ruud Lubbers interviewde voor het bijvoegsel van de NRC. Ik wilde weten wat de drijfveren waren van een man die dag in, dag uit met tomeloze energie alle problemen te lijf ging die op zijn pad kwamen. Ik kwam er niet achter. Misschien wist hij het zelf ook niet. Dat blijkt eens te meer uit zijn politieke memoires die recent zijn verschenen.

Wel wist hij dat het een morele verplichting was zijn talenten ten volle in te zetten. Dat had hij van huis uit meegekregen en de Jezuïeten hadden hem dat op kostschool nog eens extra ingeprent.

Dat hebben we geweten. Hij redde het land mede uit de oliecrisis, smeedde het CDA aaneen en saneerde als premier het bijna failliete Nederland. ‘Ruud Shock’ noemde Thatcher hem bewonderend. Toch eindigde zijn Haagse loopbaan in mineur. Hij verloor zijn greep op het politieke handwerk en kon maar geen afscheid nemen van de macht. Het CDA kwam in een duikvlucht terecht.

Zijn memoires onthullen minder dan gehoopt. Nieuw voor mij was zijn snel groeiende afkeer van de drammerigheid van Joop den Uyl. Samen met Van Agt torpedeerde hij bewust diens 2e kabinet. Ook de openlijke vijandigheid van Helmut Kohl tegen zijn persoon komt breed aan bod. Maar Lubbers geeft toe dat hij daar wel aanleiding voor had gegeven.

Als persoon blijft hij een raadsel. Hyperintelligent, daadkrachtig, maar tegelijk wollig en ongrijpbaar. Wars van elke luxe. Rationeel, maar soms onnavolgbaar en vluchtend in een bijna kinderlijk godsgeloof. Altijd actief, eigenlijk een workaholic. Na zijn Haagse jaren volop bezig met de globalisering, de vluchtelingen en het milieu.

Tien jaar geleden sprak ik hem voor het laatst. Vanuit een sober kantoortje in het Rotterdamse WTC pakte hij het klimaatprobleem en de CO2 reductie aan. Belangstellend en joviaal, want dat was hij ook. Maar wel altijd doelgericht.