Voor de familie Lasdun kwam de bevrijding van Auschwitz te laat  

 

Sinds 1999 geef ik jaarlijks een paar dagen college aan de Universiteit Hamburg. Na het ontbijt loop ik van mijn hotel in de Johnsallee naar het universiteitsgebouw in de Sedanstrasse. Een wandeling van een kwartiertje die me over de Grindelallee voert, een lange straat met winkels en flatwoningen erboven. Voor de meeste portieken liggen, tussen de grote trottoirtegels, één of meer glimmende messing tegeltjes van 10 bij 10 centimeter die ‘Stolpersteine’ (struikelstenen) worden genoemd.
De Duitse kunstenaar die de stenen heeft ontworpen, Gunter Demnig, heeft die naam eraan gegeven omdat je er figuurlijk over struikelt met je hoofd en je hart, en omdat je moet buigen om de tekst erop te lezen. Op ieder steentje staat de naam van een persoon, zijn of haar geboortejaar, het jaar waarin hij of zij is gedeporteerd en (indien bekend) het jaar waarin hij of zij is vermoord.
De afgelopen twintig jaar heb ik er heel veel gelezen, maar er is één groepje Stolpersteine dat mijn aandacht trok: zes steentjes van de familie Lasdun.
Het was me wel bekend dat tussen 1933 en 1938 zo’n 25.000 tot 35.000 Joden naar Nederland zijn gevlucht, in de hoop de vervolging in Duitsland te kunnen ontlopen, maar nu las ik op die steentjes de namen van een familie die deel had uitgemaakt van die groep vluchtelingen. De vader was in 1935 vanuit Hamburg naar Holland gevlucht en zijn echtgenote en hun vier kinderen waren hem in 1938 gevolgd. Misschien is op internet meer over hen te vinden, zo vroeg ik me af. Mijn speurtocht leverde het volgende op.

Vader Josef Lasdun werd geboren op 6 december 1878 in Schatzk (Wit-Rusland), zijn echtgenote Aurelia Lasdun-Kaplan op 25 oktober 1889 in Memel (Duitsland, tegenwoordig ligt die stad in Litouwen en heet die Klaipèda). Hun vier kinderen zijn in Hamburg geboren: Sophie Gertrud op 29 juli 1914, Sulamith op 18 november 1918, Charles op 7 juni 1920 en Fanny op 31 mei 1924. Nadat ze uit Hamburg waren gevlucht hebben ze gewoond in Rotterdam, onder andere aan de Provenierssingel nummer 29. Deze familie behoorde dus tot de ongeveer 12.000 Joden die voor 1940 in Rotterdam woonden en waarvan ruim 80 procent door het Naziregime is vermoord. Ergens tussen 30 juni en begin oktober 1942 is de familie Lasdun vanuit ’Loods 24’ (een entrepot van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen aan de Stieltjesstraat in Rotterdam) via Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz. Daar zijn op 9 november 1942 vader en moeder Lasdun en Sophie, Sulamith en Fanny vermoord. Op 30 april 1943 onderging Charles hetzelfde lot.
Op 27 januari 1945 (vandaag 75 jaar geleden) werden in Auschwitz ongeveer 7.500 uitgeputte en doodzieke overlevenden bevrijd door het Rode Leger van Rusland. De Poolse historicus Franciszek Piper schat dat alleen al naar Auschwitz 1,3 miljoen mensen (naast Joden ook Roma, Sinti, andere etnische minderheden en Russische krijgsgevangen) zijn gedeporteerd, waarvan 1,1 miljoen het niet hebben overleefd. Voor die slachtoffers, waaronder de naar Nederland gevluchte familie Lasdun, kwam de bevrijding te laat.

 

 

 

Over Han Kogels

Han Kogels (1946) is prof. em. van de Erasmus Universiteit Rotterdam en secretaris-generaal van de International Fiscal Association. Daarvoor was hij fiscalist in het internationale bedrijfsleven en hoogleraar Europees Belastingrecht