Wat is er eigenlijk tegen mondkapjes?

 

Ondanks alle cijfers, die dagelijks over ons heen worden gestrooid, leidt de Corona-crisis tot heel veel vragen. En het leger deskundigen kan ze lang niet allemaal beantwoorden. Voor de leek blijft dan niet veel anders over dan het gezonde verstand en de logica. Zo wordt er al volop gespeculeerd over de  anderhalvemeter-samenleving die ons te wachten staat, zolang nog geen heilzaam vaccin tegen het virus is gevonden. En dat vaccin zal nog wel even op zich laten wachten. Hoelang, variëert ook bij deskundigen van maanden tot wel  twee jaar. Hoe gaan scholen, kroegen, restaurants, theaters, musea, stadions en andere ontmoetingsplaatsen functioneren als we straks proberen het normale leven weer zo veel mogelijk te benaderen?

Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat dit in weinig sectoren ook maar bij benadering zal lukken. En toch is het van levensbelang dat onze ontmoetingsplaatsen weer van het slot gaan.

Het gaat om levensgeluk in tal van gezinnen, om honderdduizenden werklozen in de horeca en land- en tuinbouw, om een beetje herstel van een kunstensector die volledig op z’n gat ligt. En voetbal mag dan te boek staan als één van de belangrijkste bijzaken in het leven, het gemis van het rollende leder laat zich toch bij velen flink voelen. Er blijft buiten slijterijen en supermarkten eigenlijk geen sector onberoerd door het virus.  Waar het op neerkomt is dat het anderhalve meter afstand houden niet te handhaven en dus niet te realiseren is.

Waarom moeten we die anderhalve meter ook al weer in stand houden? Omdat het virus voornamelijk door nies- en hoestdruppels wordt overgedragen. En ook door de handen, waarmee we aan onze mond en neus zitten. Om adem en speeksel buiten de deur te houden, zijn mondkapjes het aangewezen middel, zo is bijvoorbeeld in Taiwan, Singapore en Hongkong intussen al wel vastgesteld. Maar ondanks alle bewonderenswaardige inspanningen van kabinet, RIVM en het OMT (Outbreak Management Team) lijkt het erop dat ze wat de mondkapjes betreft vooral bezig zijn te verzinnen waarom die niet moeten worden gebruikt. De argumenten daarvoor zijn vooral een tekort aan kapjes en de vrees dat de kapjes een schijnveiligheid zouden bewerkstelligen. Het argument van het tekort is merkwaardig. Waar vanuit de hele wereld ingewikkelde apparatuur wordt aangevoerd, zou het niet mogelijk zijn betrekkelijk eenvoudige mondkapjes snel en in groten getale te produceren? En het argument van de schijnveiligheid is al even vreemd, want is de hele lock-down niet voor een belangrijk deel gestoeld op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. En zou dan bij een gebruik van de mondkapjes iedereen plotseling weer op elkaars nek springen. Duitsland en België zijn intussen overstag. Er is nog een ander argument de mondkapjes te introduceren. Bij een verstandig gebruik in een intelligente lock-out zou het aangekondigde ‘big brother-systeem’ met de app’jes  overbodig worden.

 

Dick Toet

Over Dick Toet

Dick Toet (1942) is zijn hele loopbaan werkzaam geweest in de dagbladjournalistiek. Hij was onder meer parlementair redacteur (Brabant Pers), vijf jaar correspondent in de USA (Zuid Oost Pers) en bijna twintig jaar lid van de hoofdredactie van de Haagsche Courant