Weg met de koopkrachtplaatjes  

 

Het is al vele malen in meer of mindere heftigheid betoogd: laten we stoppen met het jaarlijkse herfstritueel van de koopkrachtplaatjes. Maar het fenomeen blijkt uiterst hardnekkig. Ook dit jaar werd ons op Prinsjesdag voorgeschoteld dat we er ‘allemaal’ 1,5 procent op vooruitgaan. Kabinetten hebben er behoefte aan te melden dat hun ‘fantastische’ beleid tot nog meer voorspoed leidt. Maar het betekent natuurlijk niet dat de modale Nederlander er komend jaar 1,5 procent beter op wordt. Leuk hoor om – als je pakweg 2000 euro per maand verdient – er 30 euro bij te krijgen. Maar een keer naar de bios of een klein rondje in de kroeg en je bent het al weer kwijt.

Op jaarbasis kun je er een keer een nieuwe wasmachine van kopen. De winst wordt ook nog weggevreten door tarieven van gemeenten, die vaak door de rijksoverheid gedwongen omhoog moeten. En toch steeds maar weer ronkend pronken met die door ‘krachtig beleid’ veroverde vergroting van  de welvaart.

Moeten mensen die zien hoe topsalarissen duizelingwekkend opgeschroefd worden daar blij mee zijn? Nee natuurlijk niet. In orde van belangrijkheid scoort gezondheid het hoogst. Iedereen, die met flink medisch ongerief te maken heeft, wil alle aardse bezittingen met plezier inleveren voor een goede gezondheid. Je kunt nog volhouden dat een kabinet maar een beperkte invloed heeft op de staat van de volksgezondheid. De gezondheidszorg in Nederland staat op een behoorlijk peil, maar juist de mensen die het minst profiteren van ‘de anderhalf procent’ zijn doorgaans degenen met de grootste gezondheidsproblemen. Ziekte kan iedereen treffen, maar genezing kan met financiële middelen wel dichterbij komen. Met het koopkrachtdouceurtje krijg je je gezondheid in ieder geval niet terug.

Na gezondheid is de woonsituatie een zaak van groot gewicht. Prettig wonen kan een kwestie van levensbelang zijn. Maar helaas is het voor veel jonge mensen onmogelijk geworden een fatsoenlijke woonplek te verwerven. Belachelijke huurprijzen, angstige banken, de enorme opmars van tijdelijke contracten, het zijn factoren die de toegang tot deze uiterst belangrijke levensbehoefte ondermijnen.

Over het belang van het hebben van werk  zijn de meningen wellicht wat meer verdeeld, ook al omdat veel mensen werk moeten doen dat ze niet echt ambiëren. Maar goed werk is in feite onbetaalbaar. En het is vooral van belang dat er perspectief is op materiële en ideële verbetering.

Hoewel nog lang niet tot iedereen is doorgedrongen dat het behoud van een levensvatbare aarde onder druk staat, dient een zichzelf respecterend kabinet daarin het voortouw te nemen. Daar kan geen koopkrachtdubbeltje tegenop.

Wat een kabinet op Prinsjesdag heeft te doen is niet het armzalige worstje van een paar procenten voor te houden. Een kabinet moet perspectief bieden. Mensen willen goede medicinale zorg, een prettig huis, zinvol werk met perspectief op verdere ontwikkeling en een angstvrije leefomgeving. Helaas denken opeenvolgende kabinetten nog altijd dat mensen met een paar extra euro’s te lijmen zijn.

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Dick Toet

Dick Toet

Dick Toet (1942) is zijn hele loopbaan werkzaam geweest in de dagbladjournalistiek. Hij was onder meer parlementair redacteur (Brabant Pers), vijf jaar correspondent in de USA (Zuid Oost Pers) en bijna twintig jaar lid van de hoofdredactie van de Haagsche Courant
Dick Toet

Latest posts by Dick Toet (see all)

Over Dick Toet

Dick Toet (1942) is zijn hele loopbaan werkzaam geweest in de dagbladjournalistiek. Hij was onder meer parlementair redacteur (Brabant Pers), vijf jaar correspondent in de USA (Zuid Oost Pers) en bijna twintig jaar lid van de hoofdredactie van de Haagsche Courant