Werk in uitvoering – Parlement zoekt passend onderdak

 

Linksom of rechtsom, duurder of nog duurder, vast staat dat de huidige behuizing van de Staten-Generaal z’n langste tijd op het Binnenhof heeft gehad. De vraag is alleen nog hoeveel jaren het mag kosten en hoeveel  geld. Ofwel: moet het een opknapbeurt worden of moet het mes er echt diep in.

Dat kan een verschil maken van zes tot dertien jaar en een “tig”-aantal miljoenen euro’s. Het kabinet heeft besloten dat een operatie-in-één beter en goedkoper is dan een gefaseerde aanpak. De Kamer is voorlopig verdeeld: sommigen vrezen nog hogere kosten dan nu al worden voorzien, anderen vrezen voor verlies van macht voor het parlement. Hoe meer je gespreid wordt, hoe meer risico dat je “beheerst” wordt.

Een commissie onder leiding van mevrouw Spies heeft een rapport opgesteld over de her- en nieuwbouw van het parlement. Als het feest begint zou in de tussentijd het ministerie van Buitenlandse Zaken schoon geveegd moeten worden en zouden daar de plenaire vergaderingen kunnen worden gehouden en de belangrijkste interne diensten worden gevestigd. Dit gebouw werd al vanaf het begin de Apenrots genoemd, dus een prijsvraag uitschrijven voor een nieuwe of betere bijnaam is alvast niet meer nodig.

 

In de loop der jaren is er een significante groei geweest in het aantal mensen dat in of rond de Kamer zijn werk vindt. Die groei was groter dan bij veel andere takken van de rijksoverheid en aanverwante diensten. Tot eind van de jaren zestig konden Kamerleden zich voor ondersteuning eigenlijk alleen wenden tot de griffiers. Die zorgden voor het opzoekwerk als het ging om de inbreng voor wetsvoorstellen, schriftelijke vragen etc. Een brief schrijven, er een postzegel opplakken en hem in de brievenbus deponeren deed het Kamerlid zelf. De beheerder van het kleine postkantoortje op de begane grond wilde die laatste taak nog wel eens overnemen van de Geachte Afgevaardigde, zeker als die zijn politieke kleur droeg of ook fervent liefhebber van cricket was.

Telefoneren deed je niet rechtstreeks maar via een van de twee telefonistes en de leden die een dubbelmandaat hadden voor het Europees Parlement, hadden een goudvink aan een touwtje in de vorm van een aparte griffier voor europese (buitenlandse) activiteiten. Want die zorgde ervoor dat ze een treinticket naar Straatsburg kregen en een handje-contantje-voorschot mee voor hun verblijf buitenslands.

Iets na 1965 zeg maar, begon het verschijnsel “fractiemedewerker” zijn intrede te doen. De grootste fracties kregen er eerst twee plus nog een hele of halve secretaresse. Luttele jaren later hadden de grotere fracties al tien tot vijftien man in dienst, hoewel niemand het nog in zijn hoofd zou halen om zich voor te stellen als “politiek adviseur”, laat staan zichzelf de lichtelijk mallotige benaming “spindoctor” aan te meten.

Niet alleen nam het aantal fulltime medewerkers toe, ook werd meer en meer in de tijdelijke ondersteuning van individuele kamerleden voorzien, de zgn. Bikkers.

Het is niet verwonderlijk dat het aantal griffiers ook steeg. Werk brengt vaak werk mee, zij het van een ander type. Te denken valt aan de huishoudelijke en administratieve diensten; ook die groeiden als kool. Er kwam zelfs een heuse Dienst Personeelszaken! De technologische ontwikkelingen eisen in dat plaatje ook een aanzienlijke ruimte op en dat zal alleen nog maar toenemen.

Dat is op zichzelf trouwens allemaal niet verkeerd en als in de hedendaagse gang van zaken iets belangrijk is, is het wel dat het Parlement met kennis van zaken en met visie moet kunnen  werken aan de hem toevertrouwde bescherming en ontwikkeling  van de democratische besluitvorming. Dat is een mond vol, maar zeker waar. Het is niet voor niets dat de Kamer een eigen, zelfstandige begroting heeft, die formeel ondergebracht is bij Binnenlandse Zaken, maar geen minister van BiZa zal het in zijn hoofd halen echt tegen de wil van de Kamer in te gaan.

De omvangrijke verbouwing die we ondertussen een aantal jaren geleden hebben meegemaakt en die onder meer zichtbaar is in de nieuwe vergaderzaal (halve cirkel, blauwe stoelen) is achterhaald, simpelweg al wegens gebruik aan ruimte voor het eigen personeel. Tel daar bij de groei die heeft plaatsgevonden in de wereld van journalistiek, voorlichting, belangenbehartigingen etc. en het is duidelijk dat het tijd is voor verstrekkende verbeteringen. Het huidige gebouw is verworden tot een soort romantisch labyrint van werk- en spreekkamers, waar je geen schijn van kans hebt op politieke privacy. Een rommeltje,  met als enig zonnig punt het begrip “ Binnenhof 5”, dat zich ontpopte tot een ruimte voor “happy hour” voor degenen die vonden dat ze zo tegen vijf uur wel een hartversterkertje hadden verdiend, dan wel daarop vast een voorschot namen.

Daarvoor hoef je niet naar Perscentrum Nieuwspoort, over welk instituut ook opnieuw moet worden nagedacht.

De vrije toegang van de pers is een belangrijk gewonnen goed. Misschien moeten er wel twee Nieuwspoorten komen, een voor het directe politieke werk en een voor eigen activiteiten en seminars. In ieder geval is hier sprake van zo’n situatie dat je het kind niet met het badwater weg moet gooien.

(Over weggooien gesproken, ook het huidige gebouw heeft, naast veel rotzooi, schatten te bewaren: de prachtige bibliotheek en leeszaal, de Vergaderzaal van de Eerste Kamer, de indrukwekkende Handelingenkamer en niet te vergeten… het schorre geluid van de Kamerbel. Ik besteed er maar een hoofdletter aan).

Ervaring met tegenslag bij opbreken van gebouwen is er genoeg. Aan de overkant op het Binnenhof huisde Binnenlandse Zaken, met het huidige torentje (nee, ook hoofdletter: Torentje) Toen dat werd verbouwd tot Algemene Zaken kwam er na elke verwijderde steen een onverwachte rotte balk tevoorschijn. Gevolg was, dat als je de secretaris-generaal van Algemene Zaken vroeg wanneer het bouwen gereed zou zijn, hij steevast antwoordde “Nog vier jaar en dat blijft ook zo….!

Een apart punt zal zijn de veiligheid. Daar is in de afgelopen jaren een zeer groot

accent komen te liggen, zo zelfs dat je je afvraagt of het op een gegeven moment niet eerder risico aantrekt dan afstoot. Misschien kan er met technische middelen een tussenweg worden gevonden tussen de huidige steeds stringenter wordende opvattingen van beveiligen en die van veel vroeger, toen de nachtbewaking bestond uit twee gepensioneerde Scheveningse vissers die tussen middernacht en zes uur ‘s ochtends door de schaars verlichte gangen liepen om op te letten dat er niets ergs ging gebeuren. Ze deden hun rondes fluitend….dat wel…, maar ik zou niet durven zeggen of het opgewektheid was of toch een beetje bang in het donker.

Zo is het natuurlijk: in een democratie past geen angst en geen naïviteit. Dat moet  ook spreken in de ver- of nieuwbouw van ons parlement. Moeten de Groene Gordijnen misschien terug?

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Henk Beereboom

Henk Beereboom

Henk Beereboom (1943) was vele jaren de rechterhand van fractievoorzitter en later premier Joop den Uyl. Daarna werkte hij voor de Europese Commisssie, deels lid van het Kabinet van Europees Commissaris Vredeling en tenslotte als hoofd van de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Den Haag
Henk Beereboom

Over Henk Beereboom

Henk Beereboom (1943) was vele jaren de rechterhand van fractievoorzitter en later premier Joop den Uyl. Daarna werkte hij voor de Europese Commisssie, deels lid van het Kabinet van Europees Commissaris Vredeling en tenslotte als hoofd van de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Den Haag