Alle berichten van Marjolijn Uitzinger

Over Marjolijn Uitzinger

Marjolijn Uitzinger is journalist en voormalig radio- en televisiepresentator. Sinds 2006 woont zij in Berlijn, waar zij zich toelegt op het schrijven van non-fictieboeken en misdaadromans, uitgegeven bij De Geus. Daarnaast verzorgt zij literaire rondleidingen in Berlijn

Het droomhuis van Jens Spahn

 

Duitsers zijn gesteld op soberheid. Het is een van de redenen waarom ze van Angela Merkel houden. De bondskanselier woont met haar man in een ongetwijfeld comfortabel, maar bepaald niet extravagant appartement tegenover het Pergamon-museum aan de Spree, in de zomervakantie wandelt het echtpaar in Zuid-Tirol en ze hebben een buitenhuisje, een Datsche, in de Uckermark, een rustig natuurgebied ten noordoosten van Berlijn. Eenvoudig en netjes. Mutti Angela kan er haar kookkunst botvieren, te weten braadworst, aardappelschotels, taarten, en meer is er over haar privéleven nauwelijks te melden.

Merkels tijd zit erop, in september volgend jaar zijn er verkiezingen in Duitsland en ze heeft al een tijd geleden aangekondigd dat ze zich niet meer kandidaat stelt. De opvolging bezorgt de partij hoofdbrekens. Terwijl de SPD al een aanvoerder heeft gekozen, minister van Financien Olaf Scholz, hebben de christendemocraten nog geen idee wie de kar moet gaan trekken. Een trio kleurloze kandidaten is opgestaan en geen ervan krijgt de handen op elkaar bij de Duitse kiezers. In december wordt de nieuwe partijvoorzitter gekozen en het ligt voor de hand dat die ook kandidaat-bondkanselier zal zijn.

Een nog niet officiële kanshebber is Markus Söder, de Beierse minister-president, die overduidelijk ambitie heeft in die richting, maar strategisch zijn beurt afwacht. Hij deed het goed in de coronacrisis en is daardoor erg populair geworden, maar hij heeft nu grote problemen met de tests die hij verplicht heeft gesteld voor vakantiegangers die terugkomen uit risicogebieden. Lees verder Het droomhuis van Jens Spahn

Ramp dreigt voor Berlijnse horeca

 

Het zou 32 graden worden afgelopen zondag en dus zette ik met een vriendin koers naar de Schlachtensee, een van de vele meren die de stad rijk is. Het is een populaire plek. Kinderen vermaken zich in de speeltuin, men zwemt en ligt te zonnen, en dit alles staat in het teken van een mooie horecagelegenheid van het wijnhuis  Lutter&Wegner. Langs het water een Biergarten met lange banken en zelfbediening, iets hoger gelegen een elegant restaurant met enorm terras, de Fischerhütte.

We hadden gereserveerd, want normaal gesproken kun je daar op een stralende zondagmiddag moeilijk terecht. Sinds half mei zijn de restaurants in Berlijn weer open, tafels op gepaste afstand van elkaar, naam en telefoonnummer achterlaten, bediening met mondkapjes. Ik ben iemand die veel en graag uit eten gaat en op terrassen zit, en het is opvallend, je krijgt tegenwoordig altijd een plaats. Want ondanks de versoepeling is meestal maar een derde van de tafels bezet.

Waar ligt dat aan? Durven mensen het risico niet aan? Vinden ze het niet gezellig? Hebben ze door zaken als arbeidstijdverkorting en werkloosheid geen geld om erop uit te gaan? Of hebben ze er bezwaar tegen hun gegevens achter te laten? Mij interesseert dat niets, het is alleen voor het geval zich een besmetting voordoet, dus dat lijkt me vooral verstandig. Maar zo denkt niet iedereen erover. Mensen in mijn omgeving die de DDR nog hebben meegemaakt voelen er meestal niets voor en ook sommige jongeren (zowel Nederlandse en als Duitse) ervaren het als een schending van hun privacy of `voelen zich een misdadiger´, las ik. Lees verder Ramp dreigt voor Berlijnse horeca

Homo-genezing nu wettelijk verboden

 

Het is 2020 en het klinkt ongeloofwaardig, maar nog steeds worden ieder jaar tussen de 1000 en 2000 meestal jonge homoseksuelen in Duitsland onderworpen aan een vorm van therapie om deze duivel uit te drijven. Vooral in streng-religieuze kringen uiteraard. Dat gebeurt met indoctrinerende gesprekken, lichttherapie, electroshocks en demonen-uitdrijving. Vaak dragen de slachtoffers hun hele leven de psychische gevolgen daarvan met zich mee, die soms tot zelfdoding leiden.

De wetgever probeert al jaren een eind te maken aan deze praktijken. Een voorstel van de Groenen uit 2013 haalde het niet. In 2018 sprak het Europees Parlement zich uit tegen de zogenaamde homo-genezing en vervolgens diende minister Spahn van Volksgezondheid (CDU en zelf homoseksueel) in februari 2019 een nieuw wetsvoorstel in, dat nu door de Bondsdag is aangenomen. Een lange weg. Je zou zeggen dat hierover niet veel discussie kan ontstaan, maar het is wel degelijk controversieel en dat heeft vooral met de leeftijdsgrens te maken.

In Spahns voorstel wordt een dergelijke behandeling verboden voor jongeren onder de 18 of mensen die niet wilsbekwaam zijn. Lees verder Homo-genezing nu wettelijk verboden

Sterven in Duitsland is niet makkelijk

 

De Duitse worsteling met het verleden houdt niet op en dat is maar goed ook; het onzegbare mag niet worden verzwegen. Nooit. Maar soms leidt die fixatie tot verkrampte toestanden, zoals het taboe op euthanasie.

 

Dat woord betekent, zoals bekend, goede dood, en zo wordt het in ons land ook opgevat. Leve Nederland. Maar in Duitsland is dat verbonden met de beelden van gehandicapten en geesteszieken, die door de nazi´s werden afgeslacht. Nie wieder. En dus ook geen euthanasie voor terminaal zieken, hoewel dat woord in de hedendaagse contekst niet wordt gebruikt. In plaats daarvan spreekt men over Sterbehilfe, hulp bij het sterven. En die is verboden.

Volgens wetgeving uit 2015 mogen verenigingen die zich hiervoor inzetten geen activiteiten ontplooien, en artsen mogen geen hulp bieden aan patiënten die een eind aan hun lijden willen maken. Een vrouwelijke Nederlandse verpleeghuisarts die in Berlijn werkte, waarschuwde mij al eens: `Als je doodziek wordt, ga terug naar Nederland, want hier houden ze je in leven, tot elke prijs, hoezeer je ook lijdt.´ Alle fraaie woorden over palliatieve zorg ten spijt, zij kon het niet aanzien. Lees verder Sterven in Duitsland is niet makkelijk

In ongenade

 

Deze maand is het weer zo ver: het jaarlijkse filmfestival Berlinale drukt zijn stempel op de stad. Voor de 70ste keer kan Berlijn genieten van rode lopers, limousines, recepties en een tsunami van internationale journalisten en vertegenwoordigers van de filmwereld. Honderden mensen zullen steeds dapper kou en regen trotseren bij theaters en hotelingangen, om een glimp te kunnen opvangen van een beroemdheid.

Een nieuw duo heeft de leiding van het spektakel op zich genomen. Carlo Chatrian heeft de artistieke leiding, onze landgenote Mariette Rissenbeek is verantwoordelijk voor de zakelijke kant. En ze hebben meteen al een vuiltje weg te werken, want volgens de gerenommeerde krant Die Zeit was de gevierde eerste chef van het festival, Alfred Bauer, in de nazitijd een `ijverige SA-man´ en een belangrijke culturele functionaris, onder meer in de beruchte Reichsfilmintendanz.

De nieuwe festivalleiding schrok zich uiteraard kapot en besloot meteen de naar Bauer genoemde prijs voor `nieuwe perspectieven in de filmkunst´ in ieder geval dit jaar niet te verlenen. Onafhankelijk historisch onderzoek moet nu uitwijzen of de publikatie in Die Zeit klopt, verklaarde Rissenbeek, maar ook zij vindt het nu al onwaarschijnlijk dat er ooit weer een prijs naar Bauer wordt vernoemd. In plaats daarvan kun je je voorstellen dat er een speciale jury-prijs wordt ingevoerd, net als op andere grote festivals, zei Chatrian. Hij vond het nog te vroeg voor definitieve conclusies. `Maar natuurlijk heeft dit zijn uitwerking op het festival, op de stad, op ons allemaal. De geschiedenis van de Berlinale is ook de geschiedenis van Berlijn.´

Bauer is niet de enige grootheid die dezer dagen ontmanteld wordt. Ook Paul von Hindenburg (1847-1934) moet eraan geloven. Lees verder In ongenade