Alle berichten van Theo Monkhorst

Over Theo Monkhorst

Theo Monkhorst was journalist, politiek adviseur, politicus en columnist. Sinds 2005 heeft hij negen romans, vier bundels gedichten, drie bundels vertaalde poëzie, vier toneelstukken en een groot aantal columns en korte stukken gepubliceerd. Hij werkt aan een nieuwe roman en nieuwe gedichten.

Staatsman Mark Rutte in Tweede Kamer

 

De protesten en opstootjes van de laatste tijd kunnen worden gezien als erupties van een breed ongenoegen dat onder het maatschappelijk oppervlak woedt. Een belangrijke oorzaak daarvan is de ontevredenheid over het probleemoplossend vermogen van de overheid, in het bijzonder de regering. Ik noem een aantal beleidskwesties die voor zichzelf spreken: stikstofoverlast, toeslagenaffaire, woningbouw, klimaatbeleid, migranten en Coronabeleid. In al deze gevallen wordt de regering verweten grote fouten te maken, dan wel te kort te schieten en ongeloofwaardig te zijn. Dat leidt tot wantrouwen in de politiek die door politici en in het bijzonder de regering niet kan worden weerlegd.

Twee zaken zijn uiterst actueel: het Coronabeleid en de langdurige kabinetsformatie. Wat het Coronabeleid betreft munt het kabinet, onder leiding van demissionair minister president Rutte, uit in een zwalkend beleid dat het publiek verwart en daardoor langzamerhand in een noodsituatie uitmondt. Een soortgelijk gebrek aan daadkracht herkent het publiek in de trage kabinetsformatie in een tijd van grote politieke problemen die snel moeten worden aangepakt. Waardoor het wantrouwen in de regerende kaste wordt gevoed en een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het publiek niet wordt beantwoord.

Dit alles is niet nieuw. Na het debat in de Tweede Kamer over de toeslagenaffaire, waarbij iedereen in de politiek boter op zijn hoofd bleek te hebben en die premier Rutte op een haar na zijn kop kostte, trokken politici de conclusie dat wat ‘de oude politiek’ werd genoemd bij het grootvuil moest worden gezet. Daarmee wordt kort gezegd een niet transparante politiek/ambachtelijke cultuur en coalitiedwang bedoeld. Het antwoord daarop zou moeten zijn dat de macht meer bij de volksvertegenwoordiging dan bij de regering komt te liggen. Zowel Mark Rutte als Sigrid Kaag (die niet lang geleden de grote woorden ‘nieuw leiderschap’ gebruikte) spraken over ‘een nieuwe coalitie’ en ‘een nieuwe start’. Alles zou anders worden. Er zou een kort regeerakkoord komen. In de hoop dat het publiek daarin een nieuwe vorm van daadkracht zou herkennen. Lees verder Staatsman Mark Rutte in Tweede Kamer

Mijn eigen lockdown

 

Het kost mij moeite niet boos te zijn. Toch ga ik het proberen. Door op te schrijven waarom ik boos ben en op wie. Eerst het laatste: ik ben boos op iedereen die zich niet wil laten vaccineren, op iedereen die zich wel heeft laten vaccineren maar zich gedraagt alsof hij onkwetsbaar is, op alle horecabazen die de regels niet nakomen en wel moord en brand schreeuwen als ze eerder moeten sluiten en op de regering die halve maatregelen neemt omdat het maatschappelijk draagvlak belangrijker is dan duizenden doden die het slachtoffer zijn van het Covid virus.

 

Hoe zit dat? Eigenlijk heel simpel. Er is een stukje eiwit op pootjes dat zich in mensen wil vestigen om zich voort te planten. Dat het die mensen daarbij ernstig ziek maakt of zelfs doodt zal het een zorg wezen. Zo is het in de natuur: vreten en gevreten worden. Kortom, de mensheid heeft een vijand en die hebben wij het Covid virus genoemd. Het is wel een bijzondere vijand want hij is onzichtbaar voor het blote oog. Daarom vergeten de meeste mensen dat dit onzichtbare kleine frutseltje eiwit hun vijand is. Zij vergeten ook dat het virus erg slim is: het verbetert zichzelf regelmatig, waardoor het steeds effectiever mensen verslindt.

 

Nu is er een erg eenvoudige manier om het virus uit te roeien, namelijk zorgen dat het niet van de ene mens op de andere kan overspringen. Als de mensen dus enige tijd voldoende afstand van elkaar nemen (zeg anderhalve meter) sterft het virus vanzelf uit. Dat is alles. Dan heb je dus geen wetenschap (vaccins) nodig en geen door de overheid bedachte regels en verboden.

 

Nu doet zich een probleem voor. Mensen zijn niet instaat van elkaar af te blijven, al is het maar een paar weken en bovendien staan zij graag dicht bij elkaar. Dus, hup!, daar gaat het virus. Lees verder Mijn eigen lockdown

Het einde van het ik-tijdperk

 

Het ik-tijdperk loopt  tegen zijn grenzen aan. De mens, dat wil zeggen jij en ik, begint te ontdekken dat het individualisme, samenhangend met de vrije markteconomie en ongebreidelde groei, eindig is en dat we ons  anders moeten gaan gedragen op straffe van de ondergang. Teneinde rampen te voorkomen zullen jij en ik en miljarden anderen bereid moeten zijn hun individuele vrijheden deels in te leveren aan gekozen of ongekozen autoriteiten. Op drie niveaus: micro, meso en macro.  Als COVID–19 ons iets heeft geleerd, is het dat.

Hier in grote lijnen het waarom. Eerst het micro niveau.

COVID-19 heeft ons geconfronteerd met het bestaan van een virus dat ons bedreigt in ons bestaan. Natuurlijk wisten wij van het bestaan van virussen, we kennen de verhalen van de de pest en de Spaanse griep. Maar dat zijn verhalen van lang geleden. De moderne tijd heeft ons technologie gegeven die ons vrijwaart van virussen – dachten wij. Wie het begin van de COVID pandemie beziet herkent het ongeloof. Individuele mensen en autoriteiten – op een aantal virologen na – ontkenden het gevaar en traden niet op. Pas toen de omvang duidelijk werd begon men maatregelen te nemen, of bleef het ontkennen. Wat dat laatste betreft is het opmerkelijk dat de ontkenning vooral plaats vindt door populistische conservatieve regeringen en populistische, rechts radicale, groepen. Daar kom ik op terug.

Laat ik mijn eigen ervaring met COVID als voorbeeld nemen. Lees verder Het einde van het ik-tijdperk

Hoever gaat ouderliefde?

 

De dood is dichterbij dan ik mij ooit herinner. Hoewel ik kort voor de Tweede Wereldoorlog geboren ben, heb ik als kind de dood vooral als iets van anderen ervaren – ik leefde als kind gelukkig in Groningen waar ik geen honger leed. Pas na de oorlog begon ik mij de ellende van vier jaar bezetting en de holocaust te realiseren, wat ik daarna nooit ben kwijtgeraakt, maar wat niettemin de dood op afstand betekende. Ook heb ik alles over HIV doden en Ebola, evenals alle oorlogen in Vietnam, Korea, Irak, Kosovo en wat er zich verder in de gewelddadige wereld afspeelde en nog steeds afspeelt, waargenomen en het emotioneert mij – maar het is altijd de dood op afstand. Zelfs 9/11 speelde zich elders af. Het was de dood van anderen, niet van mijzelf. COVID-19 heeft de dood voor mij reëel gemaakt.

Een goede vriend legde mij een dilemma voor, waardoor de dood plotseling op de stoep stond. Zijn kinderen en kleinkinderen vroegen of zij deze zomer mochten komen logeren in hun huis op het platteland, omdat zij niet met vakantie wilden gaan naar het buitenland in verband met het virus. Nu is het zo dat de kinderen zich wel degelijk bewust zijn van het gevaar, maar met de twee kleinkinderen is het andere koek. Twee jongens van vijftien en achttien jaar. Met name de oudste viert uitbundig feest omdat hij is geslaagd voor zijn eindexamen. Zoals zijn vader het verklaart: ‘De jeugd gaat niet op 1,5 meter met elkaar om, dat is gewoon een gegeven. En ze voelen zich redelijk veilig met het idee dat ze het niet kunnen krijgen. Bovendien zijn de regels niet overtuigend. Sporten met contact zonder anderhalve meter is toegestaan, daarbuiten mag het niet.’ Lees verder Hoever gaat ouderliefde?

Over Corona en mazzel

 

Dit gaat over Corona, mijn moeder en mazzel. Niet noodzakelijk in die volgorde. Mijn moeder was ongeveer even oud als ik nu ben, al tien jaar weduwe, goed bij de pinken, niet al te goed ter been. Ze woonde in wat toen een bejaardentehuis heette en werd goed verzorgd. Wij spraken wekelijks over wat er in de krant stond en op de tv te zien was, vooral ook over politiek. Op een dag zei ze: ‘Ik verveel me, hoef voor niemand meer te zorgen en nooit meer de vuilnisemmer buiten te zetten. Ze zorgen goed voor mij, maar ik verveel me dood. Ik vind er niets meer aan.’ Ze zou nog vijftien jaar leven.

Dat zette mij aan het denken. Ik had een actief maatschappelijk leven, verveelde mij nooit, maar dacht: Als ik nu eens alleen kom te staan, niet meer hoef te werken, zal ik me dan ook gaan vervelen? Aangezien ik van plan was oud te worden, was dat een goede vraag. Dus vroeg ik mij af wat ik moest doen als niemand mij meer nodig heeft, als mijn doel niet meer buiten mij ligt? Mijn antwoord was simpel: als mijn doel niet meer buiten mij ligt, dan moet het binnen mij liggen. Dan moet ik de bron in mijzelf aanboren. Dus besloot ik om weer gedichten te gaan schrijven, zoals ik in mijn jeugd had gedaan. Van het een kwam het ander en inmiddels heb ik vele gedichten en romans geschreven. Het werk buiten mij is vervangen door dat binnen mij. Vervelen doe ik mij nooit, ook niet als ik alleen ben.

Nu de Corona epidemie. Lees verder Over Corona en mazzel