De Januskop van Vrij Nederland  

 

Bibeb, Tamar, Joop van Tijn, Piet Grijs, wie kent ze niet? Namen die synoniem zijn met superieure journalistiek. Onthullingen, interviews en harde linkse polemieken. Reikhalzend keken duizenden abonnees, ook in de provincie, elke week uit naar het weekblad. Vrij Nederland was een linkse bijbel, die het publieke debat domineerde. Dat wil zeggen, in de glorietijd, van pakweg 1960 tot 1985.

 

Vrij Nederland had ook een andere, meer duistere kant. Het was een volstrekt gesloten bolwerk, een sekte volgens sommigen. Het blad stond pal voor openheid, directe democratie en gelijke inkomens. Maar intern bleek daarvan niets. Men stond elkaar naar het leven. De hoofdredacteur was een intrigant en nam geen stelling. En als het om geld ging golden, zoals zo vaak, de principes even niet.

 

Dit dubbele gezicht van het blad is op smakelijke wijze beschreven door John Jansen van Galen in zijn boek De gouden jaren van het linkse levensgevoel. Het geeft een scherpe inkijk in zowel de successen en de bloei van het blad, als in de venijnige, harde en soms ook hypocriete interne cultuur en omgangsvormen.

 

De ontstaansgeschiedenis is bekend: een invloedrijk verzetsblad, vooral door toedoen van Van Randwijk. Maar al snel in de versukkeling door controversiële standpunten. Opgekrabbeld door de ras-journalist Smedts, die allerlei nieuwe genres introduceerde. En tenslotte, in de jaren zestig en zeventig, het meest spraakmakende weekblad van het land met een oplage van boven de 100.000. En een Mecca voor journalistieke talent.

 

De redacteuren hadden een ongekende vrijheid.  Als je maar af en toe met een onthullend verhaal op de proppen kwam. Het liefst met een keiharde, linkse invalshoek en bijbehorende mening. Feiten deden er vaak wat minder toe. Een goed verhaal moet je immers niet doodchecken. De machthebbers in de politiek, het bedrijfsleven of het katholieke zuiden, moesten genadeloos worden aangepakt. Hugo Brandt Corstius ging daarin het verst. Hij ruïneerde persoonlijk de carrière van Buikhuizen, een eerzaam wetenschapper. Wie zegt daar dat de sociale media van vandaag te ver gaan in taalgebruik en karaktermoord?

 

Maar de ego’s gingen steeds meer botsen. De sfeer werd onaangenaam. Er ontstond kinnesinne over salarissen en declaraties, vooral van sterreporter Joop van Tijn. Deze werd consequent gedekt door zijn vriend Ferdinandusse, de nieuwe hoofdredacteur, tevens thrillerschrijver. Er doken anonieme brieven op, duidelijk afkomstig van binnenuit. Hoofdverdachte (nog steeds, al ontkent hij): dezelfde Ferdinandusse.

 

De formule raakte versleten, de oplage begon te dalen, ondanks nieuwe en gedurfde kleurenbijlagen.

In politiek Den Haag bleef de invloed wel nog groot, mede door de goede contacten van Van Tijn en Max van Weezel met zowel linkse als rechtse politici. Je telde niet mee als je niet door hen of door Bibeb werd geïnterviewd. Maar daarbuiten ging het bergafwaarts. Veel redacteuren zochten hun heil elders, mede door de naargeestige sfeer op de redactie.

 

Het blad is nooit meer de oude geworden en leidt nu een kwakkelend bestaan. Dat is jammer, heel jammer. Maar het waren mooie tijden.

Frans Kok
Laatste berichten van Frans Kok (alles zien)

Over Frans Kok

Frans Kok (1944) is consultant public affairs. Daarvoor was hij o.m. politiek redacteur en columnist van NRC Handelsblad en directeur communicatie van het ministerie VROM