Niemand ziet Donald Trump zitten  

 

GENT – Als je een halve dag op internet grasduint en leest wat en hoe over Donald Trump wordt geschreven en gedacht, dan krijg je de indruk dat niemand hem ziet zitten. Niet als presidentskandidaat, laat staan als president van de VS. Niemand. Maar waar komt dan die waterval aan stemmen voor hem vandaan? Want de grofgebekte, showy, narcistische multimiljardair rijgt in de voorverkiezingen voor het presidentschap de ene overwinning na de andere aaneen.

Politieke analisten en commentatoren raken verstrikt in hun pogingen het fenomeen Trump te duiden. Alle soorten gedragswetenschappen worden te hulp geroepen om zijn aanhoudende succes te verklaren. Terwijl dat volgens sommigen toch niet zo heel moeilijk is. Hoewel zwemmend in het geld, voelt Trump instinctief aan waar bij de grote massa minderbedeelde Amerikanen die maatschappelijk-sociale onvrede vandaan komt: onderbetaling, sociale onzekerheid, onvoldoende goed onderwijs, angst voor de toekomst en voor bedreigingen van buitenaf, gevoelsmatige ontevredenheid over politiek-Washington.  

Trump neemt die angsten niet weg, maar wakkert ze aan. Hij manipuleert op het randje van rassenhaat en godsdienstige discriminatie. Hij scheldt op het politieke establishment. Als een gedragsgestoorde olifant trappelt hij niet alleen de porseleinkast van zijn eigen Republikeinse Partij aan diggelen, maar zaait hij verwarring, onrust en grote bezorgdheid in de hele Amerikaanse samenleving. En ver daarbuiten.

Donald Trump moet het niet hebben van zwarte kiezers, Latino’s of vrouwen. Zijn kiezersreservoir is gevuld met blanke, laaggeschoolde arbeiders die hard moeten werken voor een zeer bescheiden loon of juist helemaal geen werk hebben; met jongeren zonder kansen, militairen en plattelanders. Die hangen aan zijn lippen als hij de speerpunten van zijn verkiezings’programma’ opsomt: een immigratiestop met name voor moslims; economische groei, meer banen in eigen land en minder Amerikaanse vestigingen in het buitenland.

 

En een federale overheid op verre afstand, die vooral de Amerikaanse buitengrenzen potdicht moet houden en de binnenlandse criminaliteit moet bestrijden.

Hij blaast ‘the American dream’ nieuw leven in en spiegelt de Amerikanen het universele levensideaal voor: huisje, boompje, beestje, in pais en vree. In de Amerikaanse vertaling is dat: een betaalbare woning, een vaste baan met een inkomen waarmee je een pensioen kunt opbouwen, een auto (liefst voor elke huisgenoot één) en een ijskast annex vrieskist (of twee) die nooit leeg raken. Kortom: ouderwetse welvaart. Als dan ook de instroom van latino’s, moslims en andere vreemdelingen aan banden wordt gelegd, dan komt het met het welzijn vanzelf wel goed in dit land dat – ironisch genoeg – gegrondvest is op immigratie…

Trump’s basisuitgangspunten zijn (populistisch?) toegesneden op die werkende klasse. Maar de andere Republikeinse presidentskandidaten hebben de afgelopen tijd te veel energie gestoken in het uitputten en afkatten van elkaar, in plaats van hun politieke plannen en gedachten helder en vertrouwenwekkend over het voetlicht te krijgen. Daarmee hebben ze die massa kiezers in feite hautain genegeerd.

Het is op zich een weinig geruststellende vaststelling: dat er zo weinig kandidaten – of eigenlijk geen een – rondlopen met charisma, geloofwaardigheid en autoriteit om de kiezers te overtuigen dat er gewerkt gaat worden aan een betere, maar tegelijk betaalbare en dus haalbare samenleving. Roepen dat je Amerika weer groot maakt – zoals Donald Trump te pas en te onpas doet – wekt bij de zoveelste herhaling alleen maar meer achterdocht op.  Want hoe dan?

Inmiddels is het imago-verlies voor de Republikeinse partij gigantisch. ‘We hebben hem te lang laten begaan’, is in partijkringen te horen. De New York Times somde recent op welke vier fases de partij heeft doorlopen: eerst de ontkenning (Trump was maar een boze droom…), dan de boosheid (Trump is een clown; wegwezen…), vervolgens het onderhandelen (Okay, over onze immigratiepolitiek valt te praten…) en tenslotte, nu dus, de algemene depressie. Alsof men al beseft dat na Obama opnieuw een Democraat in het Witte Huis zal wonen. Maar dat is dan niet alleen de schuld van ‘the Donald’.

 

franswijnands@telenet.be

 

 

 

 

 

Frans Wijnands

Over Frans Wijnands

Frans Wijnands (1938) is journalist; onder meer vast medewerker van het Friesch Dagblad. Hij was in de jaren '80 gedurende tien jaar hoofdredacteur van De Limburger. Daarvoor en daarna was hij voor de Zuid Oost Pers, de VNU- en Audetbladen en de Persunie correspondent in Rome, Praag en Bonn. Hij woont in Gent