Vogels hebben voorrang op snelwegen  

 

Virginia – In de Amerikaanse staat Arizona is het bij wet verboden om op kamelen te jagen. Dat lijkt me net zo logisch als dat het in Friesland verboden is, of anders moet worden, om op pinguïns te schieten.

Elk van de vijftig staten in de VS heeft zo z’n eigen wetten: in Californië mag je niet vanuit een auto op wild schieten, behalve dan op walvissen en in Chicago riskeer je een stevige boete als je in pyama zit te vissen. Veelal achterhaalde wetten uit een ver verleden, maar kennelijk is het de moeite niet waard ze formeel af te schaffen. En dus blijft het in Texas verboden om andermans koe te melken. Maar tegelijkertijd kun je in het hele land, in alle staten, ongestraft even gemakkelijk een vuurwapen kopen als een tube tandpasta. Amerika is nu eenmaal een land van extremen, rariteiten en ongerijmdheden.

 

Bij elk verblijf in de VS moet ik weer even wennen aan wat je zou kunnen noemen dat ‘typisch Amerikaans’.  Zoals de ongekende vriendelijkheid en hulpbereidheid van alle soorten dienstverlenend personeel: in de horeca, het openbaar vervoer, in winkels, bij pompstations, in overheidsgebouwen en ziekenhuizen. Het zal best wel dat je in down-town Baltimore of New York wel eens kortaf te woord wordt gestaan, of half afgesnauwd. Maar doorgaans is grote vriendelijkheid troef en een nationale karaktertrek.

 

Ook in het verkeer. In parkeergarages en op alle ruim bemeten parkeerplaatsen van supermarkten en winkelboulevards wordt stapvoets gereden met groot respect voor voetgangers. In mijn Vlaamse woonomgeving zijn zebrapaden  – voor zover ze nog zichtbaar zijn – geen garantie voor een veilige oversteek; in Amerika daarentegen word ik er bijna verlegen van als auto’s al stoppen als ik naar een zebrapad toe loop.

Land van uitersten: Amerika neemt het vooralsnog niet zo nauw met beperking van de  luchtvervuiling, maar de bermen van de snelwegen zijn schoner dan het tuintje van mijn propere tante Truus.

 

In West-Virginia mogen (tand)artsen hun patiënten alleen verdoven als er een derde bij is. In sommige staten kunnen ouders worden aangeklaagd als ze hun kinderen zonder toezicht in hun grote tuin, laat staan op de oprit laten spelen. Vloeken en onwelvoeglijke woorden worden uit films en tv-programma’s weg ge’bliept’, of vervangen door meer fatsoenlijke woorden, maar computerspelletjes met het grootst mogelijke geweld zijn overal te koop.

Op het echte platteland kun je op je veertiende al een rijbewijs krijgen en de meeste middelbare scholen hebben rijlessen, zowel de theorie als de praktijk, standaard in het lessenpakket.

 

Rijden op je zestiende, maar pas alcohol drinken als je eenentwintig bent…

Amerikanen zijn in doorsnee geen drinkers, althans geen grote. Misschien komt het ook omdat wijn en sterke(re) drank navenant duur zijn. Inheemse wijnen zijn niet goedkoper dan geïmporteerde. In de ene staat kun je alle denkbare alcoholische dranken in de supermarkt kopen, maar in een andere staat moet je voor drank naar een speciaalzaak, doorgaans pal naast de supermarkt.

 

Drank onder de 21 is streng verboden, net als drinken in het openbaar. Je mag buitenshuis uit een flesje bier drinken als dat maar in een neutraal bruin papieren zakje is gewikkeld. Het is me overkomen dat ik in een supermarkt een fles wijn kocht en die tussen m’n andere boodschappen op de band bij de kassa zette. De jonge cassière scande alles geroutineerd door, maar toen de fles wijn aan de beurt was stopte ze en riep een meerderjarige collega te hulp want ze mocht – als minderjarige – geen drank op de kassa aanslaan.

 

Extreem? Het kan erger. In een fastfood-restaurant van het betere soort bestelde ik een paar dagen geleden voor mijn vrouw en mij een glas wijn. De jonge (minderjarige?) ober vroeg me om m’n identiteitskaart, om er zeker van te zijn dat ik niet minderjarig was…

Heel even denk je aan een overdreven compliment, maar het was bittere ernst. ‘Ik moet het nu eenmaal van onze manager aan elke klant vragen, want we hebben laatst problemen gehad met minderjarigen die drank bestelden’.

In België krijg ik – zonder me te legitimeren – een seniorenkaart toegeschoven in elk museum dat ik binnenstap. En als ik in Gent om een retourtje Antwerpen vraag berekent de loketbediende me spontaan het tarief voor 65+.

Logisch. Een mens is niet alleen zo jong als ‘ie zich voelt, maar vaak ook zo oud als ‘ie er uit ziet.

 

Amerika is bedekt met een gigantisch mozaïek van kleine christelijke kerken en kerkgenootschappen: een netwerk van naastenliefde van onschatbare waarde. In een land waar de vogels in de staat Utah wettelijk voorrang hebben op alle snelwegen, wordt in het Congres nog steeds bitter gesproken over de noodzaak van een verplichte, bescheiden ziektekostenwet voor de minst bedeelden, de Obama-care. De veelzijdige en veelsoortige sociale wetgeving die in vrijwel alle Europese landen al decennialang bestaat, vinden veel Amerikanen ongewenst; het is een staatsbemoeienis die riekt naar communisme.

 

Terwijl in het verstedelijkte Europa de individualisering en de daarmee verbonden onverschilligheid voor anderen in snel tempo toenemen en de kerken leeglopen, laat Amerika juist het omgekeerde zien: volle kerkjes met een grote praktische gemeenschapszin. Bij gebrek aan de meest elementaire sociale wetgeving en arbeidsvoorwaarden in de VS is voor heel veel minder welvarende Amerikanen de ongeschreven wet van de toegepaste naastenliefde een zegen.

 

 

 

franswijnands@telenet.be

 

Frans Wijnands

Over Frans Wijnands

Frans Wijnands (1938) is journalist; onder meer vast medewerker van het Friesch Dagblad. Hij was in de jaren '80 gedurende tien jaar hoofdredacteur van De Limburger. Daarvoor en daarna was hij voor de Zuid Oost Pers, de VNU- en Audetbladen en de Persunie correspondent in Rome, Praag en Bonn. Hij woont in Gent