Waarom ik niet ga stemmen

door Frans Kok

Voor het eerst van mijn leven ga ik bewust niet naar de stembus. Ook al is het eigenlijk mijn democratische plicht. De reden: ik heb geen vertrouwen in het Europees Parlement; de kandidaten zijn beneden de maat; ik ben tegen een federaal Europa; de suggestie dat de grootste fractie de voorzitter van de Commissie levert is vals en, sterker nog, volstrekt ongewenst. En zo kan ik nog even doorgaan.

Ook van mijn eigen partij, D66, heb ik niets te verwachten. Die wil meer Europa. En dat terwijl Europa volkomen faalt in wat het moet doen en dan maar vlucht in steeds meer irritante regeltjes.

De beweerde grote kloof tussen kiezer en gekozenen heb ik altijd zwaar overdreven gevonden. Dat valt best mee. Er is één uitzondering: het Europees parlement. Het is frappant te zien hoe de leden er telkens weer in slagen de kiezer tegen zich in het harnas te jagen. Neem de recente, botte weigering om inzicht te geven in de maandelijkse vergoeding van € 4000,- voor kantoorkosten. En dan al die interne ruzies. Herinnert u zich het tasje van Hedy d’Ancona nog? Maar zij was nog een persoonlijkheid, die haar politieke sporen verdient had. Maar de huidige kandidaten? De enige die ik ken, behalve beroeps-europeaan Sophie in ’t Veld, is Agnes Jongerius. Maar die zwijgt in alle talen. Kent u haar standpunten? Ik niet.

Het ergst is het voorstel dat de winnaar van de stembusstrijd automatisch tot voorzitter van de Commissie wordt gekozen. Los van de kwaliteit van het drietal grijze heren, de voorzitter moet juist niet gekozen worden. De Commissie bestaat uit super-ambtenaren die moeten doen wat de raden van ministers en het parlement hen opdraagt. Dat moet zo blijven. Een gekozen voorzitter gaat zich nog meer macht toe-eigenen en dat is ongewenst. Het primaat moet liggen bij de raden van de gekozen en politiek verantwoordelijke ministers en niet anders.

Zo lang het parlement er niet in slaagt om enige invloed uit te oefenen op essentiële sectoren van het beleid, moet het een toontje lager zingen. Ik noem het buitenlands beleid, dat in het geheel niet van de grond komt (bekend is de uitspraak van Kissinger: ‘Europa?? Heeft dat een telefoonnummer?’); het landbouwbeleid dat al decennia niet wordt hervormd en schatten met geld kost en het ontbreken van een fiscaal beleid, zowel wat betreft vennootschapsbelasting als het oprollen van zwart geld. Nee, regeltjes verzinnen, daar zijn ze goed in. Of plannen maken om het Justitie-beleid geheel naar zich toe te trekken, zodat een niet-gekozen commissielid in Brussel bepaalt of wij hier een corruptie- schandaal kunnen aanpakken.

Ik ga pas weer stemmen als er een parlement komt dat minder met zichzelf bezig is, opening van zaken geeft over de vergoedingen, niet elke keer naar Straatsburg verhuist, de Commissie strenger controleert en aanstuurt, en de leden van de ministerraden ter verantwoording roept over het gevoerde beleid.

Ik ben bang dat het nog wel even kan duren.

 

 

Frans Kok
Laatste berichten van Frans Kok (alles zien)

Over Frans Kok

Frans Kok (1944) is consultant public affairs. Daarvoor was hij o.m. politiek redacteur en columnist van NRC Handelsblad en directeur communicatie van het ministerie VROM